TREFWOORDEN

alfabetisch register voor Swedenborg lezers.

 

download hier de tekst als printerdocument

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

 

Deze navolgende woordenlijst bevat een reeks trefwoorden die veelvuldig voorkomen in de Werken van Emanuel Swedenborg. De woorden en begrippen hebben soms een andere of een meer specifieke betekenis, dan die in de dagelijkse omgangstaal gebruikelijk is.
Met de 'Werken’ wordt hierna bedoeld: de Geschriften van Emanuel Swedenborg.
De oorspronkelijke trefwoordenlijst 'Lexicon' is opgesteld door Rev. W. Cairns Henderson en is in het midden van de 20ste eeuw ontstaan. Deze lijst is vertaald uit het Engels, bewerkt en uitgebreid door Henk Weevers.

A

aanbidding, verering

Innerlijke aanbidding, wat de eigenlijke verering is, is een voortdurende activiteit van liefde tot de Heer. Uiterlijke aanbidding is een leven van naastenliefde. Gemeenschappelijke en persoonlijke verering is een vroom leven leiden en de rituelen van de eredienst zijn de gewaden van die verering. Hoewel rituelen noodzakelijk zijn, zijn ze toch niet de essentiële elementen van de verering. Zoals gewaden, kunnen rituelen worden aangepast en behoeven niet voor iedereen hetzelfde te zijn.

aandoening, neiging (zie ook: begeerte)

Deze term wordt op twee verschillende wijzen gedefinieerd. Filosofisch is een aandoening de verandering van de staat van de organische substanties van de geest- dit idee is fundamenteel voor het concept dat een aandoening iets stoffelijks is. In de Werken wordt deze term echter gebruikt als een afleiding van de liefde van een mens. Als uiterlijke aandoeningen die tot het lichaam behoren worden genoemd: verlangen, begeerten en vreugden. De aandoeningen die dieper, innerlijker liggen behoren tot het gemoed (gemoedstoestanden) en worden natuurlijke aandoeningen genoemd. Tenslotte aandoeningen die innerlijk zijn en tot het redelijk gemoed behoren zijn geestelijke aandoeningen. De andere definitie is deze: een aandoening is de voortdurende invloed van de liefde. De mens ervaart zijn liefde niet als zodanig maar deze wordt alleen zichtbaar in zijn neigingen en dus wat hij denkt, zegt en doet. Maar in elke toestand, of situatie waarin hij verkeert, wordt hij beïnvloed door het kwade en het valse of door het goede en het ware. Het eigen boze en valse en het goede en ware van de mens reageert daarop. Daarom wordt er in de Werken gesproken over de aandoening ván het ware, en niet de aandoening vóór het ware.

aangeboren goedheid

Het woord aangeboren wil zeggen: ‘bestaan vanaf de geboorte’. De uitdrukking wordt in de Werken gebruikt, om het natuurlijk goede te beschrijven dat bij de mens meegeboren wordt en wat op zichzelf slechts een dierlijk goede is en dus ook bij de dieren aanwezig is en zelfs ook bij volkeren met het slechtst denkbare geloof en leven. Aangeboren goedheid wordt gekenmerkt door het feit dat het innerlijke boosheid is. Hierdoor wordt het onderscheiden van het geestelijk goede in het natuurlijke vlak, wat niet is aangeboren maar verkregen is door de wedergeboorte. Dit is het werkelijke, natuurlijk menselijke goede of het goede van het natuurlijke. Het is dit aangeboren goede dat door bepaalde psychologische en opvoedkundige theorieën, abusievelijk wordt gehouden voor het werkelijke goede. Deze theorieën beweren dat het goede eigen is aan de mens en dat dit tot volle wasdom zal kunnen komen als er geen obstakels zijn in de ontwikkeling van de mens.

aarde (land)

De betekenis van de aarde of het land in het Woord is verschillend: in het algemeen betekent het de Kerk, vandaar ook de dingen die van de Kerk zijn, namelijk de goede en de ware dingen; en omdat het de Kerk betekent, betekent het ook de mens van de Kerk, want deze is de Kerk in het bijzonder; en omdat het de mens van de Kerk betekent, betekent het datgene wat mens is in hem, namelijk het gemoed; vandaar komt het dat met, bijvoorbeeld, 'het land van Egypte' het natuurlijk gemoed wordt aangeduid; in andere teksten wordt echter niet het land van Egypte bedoeld, maar de aarde of het land in het algemeen en dus de dingen die van de Kerk zijn, namelijk de goede en de ware dingen. .

advent (komst van de Heer)

De komst van de Heer in de wereld wordt genoemd ‘de morgen‘. Deze komst is niet een komst in Persoon, maar in het Woord, dat uit Hem is en dus Hijzelf is. Dat is het begin van een Nieuwe Kerk, ook genoemd ‘De dag van Jehovah’. Onder ‘de komst van de Zoon des Mensen in de wolken des hemels met kracht en heerlijkheid ’, wordt verstaan, de tegenwoordigheid van de Heer in het Woord, en openbaring. Door de wolken des hemels wordt de letterlijke zin van het Woord aangeduid, en door de heerlijkheid de geestelijke zin. De geestelijke zin van het Woord handelt over de Heer alleen en over Zijn Rijk.

afflux – toevloeien (zie ook: influx)

Het goede en het ware kunnen niet instromen bij degenen die in een helse toestand verkeren, maar ze vloeien hen wel toe en leiden hen op deze wijze. Dit toevloeien of vloeien naar en niet het invloeien wordt bedoeld met afflux. De term wordt gebruikt om een duidelijk verschil aan te geven voor deze werking van het goede en het kwade en die andere werking waarbij deze invloeien in het gemoed; dit laatste wordt dus influx genoemd. De uitdrukking wordt daarom gebruikt, om de wijze waarop de Heer de hellen leidt, te omschrijven, en volgens hetzelfde algemeen principe van de vloeiing van het kwaad naar het gemoed van diegenen die innerlijk goed zijn maar een reiniging ondergaan door een aangrijpen van het gemoed. Er is nog een gebruik dat onder hetzelfde principe valt: van hetgeen het gemoed bereikt vanuit de natuurlijke wereld wordt gezegd dat dit door afflux is, onderscheiden van hetgeen dat door de geestelijke wereld invloeit, wat influx is. Een begrip dat hieraan verwant is, is efflux, hetgeen betekent ‘uitvloeien’. Het wordt op twee manieren gebruikt: het goede en het ware van de Heer vloeien in door influx door de innerlijke mens en zouden dan naar buiten moeten vloeien door de uiterlijke mens in de wereld in de vorm van nutten en naastenliefde. Dit uitvloeien wordt bedoeld met efflux en de universele wet is dat influx altijd volgens de efflux is.

algemeen, bijzonder, specifiek

Hiermee wordt aangegeven dat het lichaam, de uiterlijke zintuigen en handelingen, algemeen zijn, het natuurlijk gemoed en de dingen die daarbij behoren zijn bijzonder, terwijl het redelijk gemoed en alles wat erbij behoort, specifiek is. Het is volgens de goddelijke orde dat er moeten zijn: algemeenheden en bijzonderheden en dat beide tezamen moeten zijn in elk geschapen iets; anders kan het bijzondere niet bestaan. In het geval van de mens moet het bijzondere omgeven worden door het algemene om te kunnen blijven bestaan.

almacht

De Heer zei: ‘Alle dingen zijn Mij overgegeven van de Vader’ (Mattéüs 11:27). ‘Mij is gegeven alle macht in de hemel en op aarde’ (Matth 28:18). De gestrekte arm staat voor de almacht van God. God Shaddai: God de Almachtige. Door Zijn Almacht bewerkt en voert Hij alle dingen uit. De Almacht van God in het heelal gaat voort en werkt volgens de wetten van Zijn goddelijke Orde.

alomtegenwoordig

God is alomtegenwoordig in de warmte en het licht van de Zon van de geestelijke wereld. Hij is in het midden daarvan. Alle begrip over alomtegenwoordigheid en almacht dient te zijn ontdaan van elke gedachte over tijd en plaats; in de geestelijke wereld zijn ruimte en tijd verschijningen. De Heer is alomtegenwoordig door en in Zijn Licht, want de goddelijke Liefde en de goddelijke Wijsheid zijn niet op een plaats, maar zijn daar waar ze worden ontvangen en overeenkomstig de ontvangst. De natuur is gescheiden van God, niettemin is Hij daarin alomtegenwoordig, nauwelijks anders dan zoals het leven tegenwoordig is in alle substantie en materie van de mens, ofschoon het zich daarmee niet dooreen mengt.

alwetend

God is alwetend, dat wil zeggen dat Hij bemerkt, ziet en alles weet van elk en alle dingen, zelfs de geringste die gedaan worden volgens de orde en hierdoor ook de dingen die tegen de orde zijn. Alwetendheid is oneindige wijsheid.

Apostolische geloofsbelijdenis

De Apostolische Kerk kende in het geheel geen drie-eenheid van personen, of van drie personen van eeuwigheid af. In deze belijdenis wordt niet gesproken van een Zoon geboren vanuit het eeuwige, maar alleen van een Zoon ontvangen van de Heilige Geest en geboren uit de Maagd Maria. Deze geloofsbelijdenis werd geschreven na de tijd van de apostelen.

a quo

Vanuit Wie en waardoor alles is dat bestaat .

Aura

1. Avondwind, middagwind, avondkoelte, de wind des daags, bries (bron: de Heilige Schrift)
2. Atmosfeer, lucht De atmosferen bestaan uit drie graden: een hoogste aura, daaronder de ether en weer daaronder de lucht. Deze zijn onvermengbaar en corresponderen.
3. Zichtbare aanwezigheid door heldere uitstraling.
4. Luisterrijke lichtsferen waarin de engelen wonen.
5. De uitstraling waardoor objecten zichtbaar worden. .

Athanasius

De geloofsbelijdenis van Athanasius. Deze geloofsbelijdenis ontstond tijdens het Concilie van Nicea in het jaar 325, waarbij uit het geloof van de Goddelijke Drievuldigheid, het geloof in drie goddelijke personen ontstaan is, waarvan ieder afzonderlijk God is. Het was een poging om de ketterij van Arius tegen te gaan, die het goddelijke van de Heer in Zijn Menselijke, ontkende.

Avondmaal (het Heilig)

De mens die tot de Heer opkijkt en berouw toont, wordt door dit meest heilige verbond met de Heer binnengeleid in de hemel. Dit mysterie kan als volgt begrepen worden; het brood en de wijn bewerken dit niet, daarin is niets heiligs aanwezig, maar natuurlijk brood en hemels brood corresponderen met elkaar, net als natuurlijke wijn en hemelse wijn. Het hemelse brood is het heilige van de liefde en de hemelse wijn is het heilige van de wijsheid of het geloof; beide van de Heer en beide zijn de Heer. Daardoor is er verbinding van de Heer met de mens en van de mens met de Heer, niet met het brood en de wijn, maar met de liefde en het geloof van de mens die berouw toont: en verbinding met de Heer is eveneens een binnenleiden in de hemel.

Wat is meer bekend dan dat de mens alvorens tot het Heilig Avondmaal te gaan zich dient te onderzoeken, zijn zonden leert kennen en erkennen en een nieuw leven wil leiden. Degenen die waardig tot het Heilig Avondmaal gaan zijn in de Heer, en de Heer in hen, dus door het Heilig Avondmaal is er een verbinding als gevolg daarvan met de Heer.

.

B

banden, boeien

Hiermee worden de aandoeningen van de mens bedoeld: niet omdat het ketenen zijn, maar omdat ze de mens binden aan wat hij liefheeft en hem afhouden van hetgeen tegengesteld is, en hem zo binnen hun grenzen houden. In de Werken worden drie soorten ‘banden’ beschreven. uiterlijke banden zijn die van de burgermaatschappij, angst voor de wet en voor het verlies van reputatie, bezittingen en het leven. uiterlijke banden komen vanuit het weten van de waarheden van het geloof; innerlijke banden, die ook de ‘banden van het geweten’ worden genoemd, zijn aandoeningen van het goede met haar waarheid. Alleen de hemelse mens heeft geen banden, hij verheugt zich in een levende aanschouwing.

barmhartigheid, mededogen (zie: naastenliefde)

begeerte

Een term die behouden dient te worden als een treffend en belangrijk onderscheidend woord, ook al doet het enigszins ouderwets aan. Begeerte is kwaad dat men wil, niet zozeer het kwaad van de wil zelf, als wel de voortdurende begeerte tot kwade dingen. Het leven dat erin wordt geblazen komt door de eigenliefde en de liefde voor de wereld en die onderhouden dit. De verschillende en onderscheiden boze dingen die het dominerende boze uitmaken, worden begeerten genoemd. Eveneens worden de afleidingen van een helse liefde, wat aandoeningen zijn van het boze en het valse, begeerten genoemd. De term aandoening is gereserveerd voor het goede en het ware.

bekennen, bekentenis

Deze term heeft twee betekenissen: het bekennen of erkennen van de Heer en de schuldbekentenis of biecht van zonden. Het eerste kan een eenvoudige verklaring zijn van het geloof van iemand voor de Heer, maar innerlijk bekennen houdt in vernedering en de aandoening van het goede. Het bekennen van zonden is het weten van boosheden, deze in zichzelf te herkennen en bevestigen, zichzelf schuldig weten en zichzelf te oordelen ten gevolge van deze boosheden. Dit gaat dus verder en is persoonlijker dan een algemene en oppervlakkige biecht die de mens erkent als hij zichzelf zondig vindt zonder zijn specifieke zonde te kennen.

berouw

Zoals deze term in de Werken wordt gebruikt, heeft het een zeer verschillende betekenis ten opzichte van de gebruikelijke betekenis. Normaal wordt het geassocieerd met spijt, wroeging en gewetensangst over zonden die in het verleden zijn begaan. Maar, de Werken definiëren berouw als het belijden van zijn zonden voor God, waarbij nederig gebeden wordt om vergeving. Vervolgens hiervan wordt afzien door een nieuw leven te leiden volgens de leringen van de naastenliefde en het geloof. Dit proces dient, om effect te hebben, voorafgegaan te worden door zelfonderzoek. Het ware berouw bestaat daarin, niet alleen de gedachten, woorden en daden van zijn leven te onderzoeken, maar ook de bedoelingen van zijn wil. Ophouden met de boosheden die men heeft beleden is de eigenlijke essentie van berouw. De leringen maken duidelijk dat de boosheden die de mens eerlijk berouwt, degene zijn die hij met vreugde vermijdt, als deze zich aandienen, en hij vrij is om ze te begaan.

burgerlijk

Het deel van het leven van de mens dat valt onder de regels van de wet van een land, wordt bedoeld met het burgerlijke leven, onderscheiden van het morele en het geestelijke leven die onderworpen zijn aan hogere wetten. Er worden enkele samengestelde vormen in de Werken gebruikt: het burgerlijk goede, is het goede van het leven in overeenstemming met de wetten van het land, dat een mens een inwoner van de wereld maakt. Burgerlijke dingen behoren tot de staat en zijn verbonden met de statuten van de wereld, de wetten en regels die mensen samen binden zodat een goed georganiseerde maatschappij kan worden gevormd. Burgerlijke waarheden zijn gerelateerd aan de zaken met betrekking tot de regering en het rechtswezen van een staat, in het algemeen tot rechtvaardigheid en gelijkheid.

 


C 

Christus

Uit het Grieks overgezet betekent dit: De Gezalfde, en de naam is de vertaling van het Hebreeuwse Messias. Onder Christus wordt het Goddelijk Menselijke van de Heer verstaan, omdat Christus de Messias is: ‘Wij hebben gevonden de Messias, hetwelk is, indien gij het overzet, de Christus’ (Joh. 1:42), en op vele andere plaatsen.

cognitie

Ofschoon deze term vaak vertaald wordt als ‘kennis’ of ‘leren kennen’, heeft het wel een beperkte en heel precieze betekenis en het geeft een belangrijk onderscheid aan. Cognities is een begrip dat tussen wetenschappelijkheden/kennis ligt en waarheden. In deze context zijn wetenschappelijkheden de feiten van het Woord van het Oude en Nieuwe Testament en de Werken. Cognities zijn deze feiten, maar dan georganiseerd in ideeën. Als deze ideeën erkend worden door het verstand en men deze dus werkelijk heeft leren kennen en er dus een bewustwording heeft plaatsgevonden en als de mens zich hierin bevestigt en er vervolgens naar leeft, dan worden het waarheden. Dus cognities zijn alle ideeën die we ons vanuit het Woord hebben gevormd, maar die ons nog niet eigen zijn geworden doordat ze nog niet tot en in het leven zijn gebracht.

correspondentie, overeenstemming (zie bijlage)

Daar deze term een fundamentele lering dekt die alleen maar in de Werken voorkomt, dient de betekenis ervan duidelijk begrepen te worden. Het basisidee is eenvoudig. Een correspondentie is zowel een causale relatie als een functionele relatie tussen het Goddelijke en het geestelijke of tussen iets geestelijks en iets natuurlijks. Als een natuurlijk voorwerp, een activiteit of fenomeen het effect is waarvan een geestelijk iets de oorzaak is, en als die twee overeenkomende nutten verrichten voor respectievelijk het lichaam en de ziel, wordt gezegd dat ze een correspondentie hebben of corresponderen. Het natuurlijke correspondeert met het geestelijke en is de correspondent. Correspondentie is daarom ook de wet of wijze van influx. Anders gebruikt betekent deze term een overeenstemming die influx mogelijk maakt, zoals waar gezegd wordt dat het uiterlijke van de mens moet afnemen om te corresponderen met het innerlijke.
Daar de termen voorstelling en aanduiding met elkaar verwant zijn, is het nuttig om dat hier op te merken en de verschillen ervan te bespreken. Als een natuurlijk iets zijn oorzaak afbeeldt op een ander niveau en in een andere vorm, wordt gezegd dat het een voorstelling is. De voorstelling is dus niet het voorwerp dat wordt voorgesteld. In het algemeen kan men zeggen dat dingen een correspondentie hebben; personen en hun daden, in het Woord, stellen voor; en de eigenlijke woorden in de Heilige Schrift die symbolen zijn voor dingen, personen en daden of gebeurtenissen, betekenen of hebben betekenis.

D   

Decaloog

De tien geboden of de Tien Woorden van de Decaloog bevatten alle dingen die behoren tot de liefde tot God en alle dingen die behoren tot de liefde voor de naaste. Deze samenvatting van alle dingen van de godsdienst was op twee tafelen gegrift, waarvan de éne alle dingen bevatten die God betreffen en de andere alle dingen die de mens betreffen. In de Israëlitische Kerk was de Decaloog allerheiligst. Het bevat in de letterlijke zin de algemene voorschriften van de leer en van het leven, zoals die in elke cultuur op aarde bekend is; maar in de geestelijke en hemelse zin op alomvattende wijze alle voorschriften ter wille van Hem en ter wille van de mens opdat die gezaligd kan worden. Het getal tien staat voor ‘alle dingen’ en ‘woorden‘, betekenen waarheden.

doctrine, dogma, leerstuk

Meestal wordt deze term geassocieerd met abstracte theologie, maar niets kan verder van de waarheid zijn. De doctrine of leer is alles wat in het Woord wordt onderwezen betreffende de wijze waarop de Heer aanbeden dient te worden en hoe de mens moet leven zodat deze onttrokken kan worden aan de hel en binnengeleid in de hemel. De leer heeft daarom een essentiële relatie tot het leven, en het goede van het leven bestaat niet zonder dit. Het is wel noodzakelijk om een onderscheid te maken tussen de ‘leer van de echte waarheid’ en wat bekend staat als ‘afgeleide leer’. Met de eerste wordt bedoeld datgene wat duidelijk blijkt volgens de letter van de goddelijke openbaring en wat daar uit kan worden gehaald en zo geformuleerd tot een systematische doctrine door zorgvuldige vergelijking van de tekstgedeelten en een inrichting ervan in een logische orde en opeenvolging. De afgeleide leer, aan de andere kant, is de formulering waarin de kerk het inzicht van wat de Werken betekenen weergeeft. Het verschil en dat is een belangrijk verschil, is dat de doctrine van de werkelijke waarheid een goddelijke autoriteit heeft, een afgeleide doctrine heeft dat niet, daar het bestaat uit menselijke conclusies en eindig is en feilbaar.

doop

Degenen die menen dat de doop bijdraagt tot zijn verlossing, en niet is in de waarheden van de kerk en niet leeft volgens deze waarheden, is bezijden de waarheid. De doop is immers een uiterlijk iets, dat zonder enig innerlijks niet bijdraagt tot zijn redding, maar het draagt er wel toe bij als het uiterlijke verbonden is met een innerlijke. De innerlijke betekenis van de doop is, dat door middel van waarheden uit het Woord en een leven volgens die waarheden, fouten en gebreken worden verwijderd door de Heer en de mens wedergeboren wordt, zoals de Heer ons leert (Matthéüs 23:26,27). De doop van de mens betekent dus wedergeboren worden door verzoekingen, terwijl de doop van de Heer betekende de verheerlijking van Zijn lichamelijke door verzoekingen. Het eerste nut van de doop is de introductie in de christelijke Kerk, en tegelijkertijd de invoeging onder de Christenen in de geestelijke wereld. Er bestaat onder sommigen een geloof dat alleen in de Kerk gedoopte kinderen in de hemel komen. Deze zijn zich er echter niet van bewust dat niemand de hemel of geloof ontvangt door de doop, de doop is immers slechts een teken en een gedenken dat de mens kan worden wedergeboren door de goddelijke waarheden die in het Woord worden verkondigd in de Kerk. Laten dezen daarom weten dat elk kind, waar ook geboren, in of buiten de Kerk, van vrome of niet vrome ouders, wordt ontvangen door de Heer als hij sterft en wordt opgevoed in de hemel volgens de goddelijke orde waardoor hij groeit in intelligentie en wijsheid en daardoor in de hemel wordt opgenomen en een engel wordt.

Drie-eenheid, Drievuldigheid

Er is een Goddelijke Drievuldigheid: Vader, Zoon en Heilige Geest. Deze drie zijn de drie Wezenlijkheden van de ene God, die één maken als ziel, lichaam en werking bij de mens. Voordat de wereld geschapen was, was er geen Goddelijke Drievuldigheid. Het begrip ‘ Drievuldigheid van personen in de Godheid uit het eeuwige ‘, is voor het eerst door het Concilie van Nicea in omloop gebracht, zoals blijkt uit de Niceanische en Athanasische geloofsbelijdenissen, en is van daaruit in de Katholieke Kerk terechtgekomen. De Drievuldigheid Gods echter in één Persoon, de Heer God Zaligmaker is vanuit Christus Zelf, en daaruit in de Apostolische Kerk gekomen. De drievuldigheid van God is geworden nadat de wereld geschapen was, en daadwerkelijk in ‘de volheid des tijds’, in de vleesgeworden God, Die is de Heer, de Zaligmaker Jezus Christus.

 


E    

echtbreuk, overspel

Hiermee wordt bedoeld de liefde, eigenlijk begeerte, voor overspel, echtbreuk als dit niet als zonde wordt gezien, noch onjuist ten aanzien van de redelijkheid, maar juist acceptabel ten aanzien van de rede. Ook wordt de term ‘hoerse liefde’ hiervoor gebruikt. Dit is tegengesteld aan de echtelijke liefde, en omdat die liefde het wezen van de hemel is, zo is de overspelige liefde de essentie van de hel.

echtelijk

Het echtelijke wil zeggen dat waarheid verbonden kan worden met het goede, en andersom dat het goede kan worden samengevoegd met het ware. Echtelijke liefde wordt beschreven als de gemoedsaandoening van het goede in het ware en voor het ware van het goede. Dit daalt neer vanuit het huwelijk van het goede en het ware in de hemel. De echtelijke liefde kan daarom gedefiniëerd worden als de liefde van de wijsheid in het gemoed van de man voor het goede in het gemoed van zijn vrouw, en de wederkerige liefde van dit goede voor de wijsheid. Het is dus niet de liefde voor het proprium van de ander, wat diens eigene is, maar de liefde die vanuit de Heer komt in het gemoed van beiden voor datgene wat van Hem is, in de ander. Het wordt niet bereikt als de echtgenoot en zijn vrouw elkaar aankijken, maar doordat beiden samen naar de Heer kijken. Om deze reden wordt er gezegd dat deze liefde hand in hand gaat met religie, met wedergeboorte, en met de innerlijke ontwikkeling van de kerk in het gemoed. Met het huwelijk van de echtelijke liefde wordt bedoeld de vereniging van twee, in gedachten en in wil, in het goede en het ware, in de geest en in het leven. Deze vereniging veroorzaakt bij beiden een verlangen om te willen en te denken zoals de ander en samen te zijn in alle dingen van het leven.

eeuwige leven

Elk mens is geschapen om in eeuwigheid te leven, want hij is zo gecreëerd dat hij verbonden kan worden met God, en verbonden zijn met God is het eeuwige leven, want God heeft het eeuwige leven in Zichzelf.

eeuwigheid

De oneindigheid van God wordt in relatie tot tijd genoemd: eeuwigheid; in relatie tot ruimte: oneindigheid. Ofschoon beide begrippen zo met elkaar verbonden zijn, is er niets van ruimte in oneindigheid en niets van tijd in eeuwigheid. De eeuwigheid van God is geen eeuwigheid van tijd en daar er geen tijd was voor de schepping van de wereld is het inhoudsloos om op die manier over God te denken. Verleden heden en toekomst zijn voor God altijd tegenwoordig, God schiep de wereld niet in de tijd, maar de tijd werd door God ingebracht met de schepping.

eigenliefde, egoïsme

In de vorm waarin dit normaal wordt gebruikt, bestaat deze liefde erin zichzelf het beste te wensen en niets aan anderen, tenzij ook voor zichzelf. Het is eveneens een lichamelijke liefde die heerschappij uitoefent over anderen. Het was niet kwaad in het begin, maar een van de drie universele liefden waarin de mens werd geschapen. Als deze liefde wordt gezuiverd en ondergeschikt gemaakt wordt door wederverwekking, wordt het de juiste liefde van de verzorging van zichzelf en het behoud ervan om nutten te doen. Het wordt dan dus een liefde die een mens werkelijk mens maken.

einddoel, oorzaak en gevolg

Deze filosofische termen komen frequent voor in de Werken. Het einddoel is de liefde, de bedoeling of intentie van de wil. De oorzaak zijn de middelen van het verstandelijk inzicht waardoor de wil zijn doel bereikt en het gevolg is het laatste of het uiterste van de spraak, activiteit, werking of het gevoel waardoor het doel wordt bereikt.

eindig, eindigheid

Dit begrip wordt alleen gebruikt met betrekking tot alle geschapen dingen. Het geestelijke is daarom, ofschoon niet stoffelijk, eveneens eindig. Het karakteristieke van het eindige is dat er niets van het goddelijke in is, dat het beperkt is in ruimte en tijd of de geestelijke overeenstemmingen, dat er kwaliteit en kwantiteit aan kan worden toegekend en dat het is begrensd zowel naar binnen als naar buiten toe. Het eindige of de eindigheid heeft een begin en een einde. De mens leeft tot in eeuwigheid, maar hij doet dit dus door de voortdurende vernieuwing door de Heer.

erfelijk

Hoewel deze term gebruikt wordt in de christelijke theologie en in de biologie en de psychologie, geven de Werken hieraan toch een nieuwe en geheel verschillende betekenis. Erfelijkheid bevat alle karakteristieken die door de ouders aan hun kroost worden overgebracht. Volgens de Werken worden op deze manier neigingen overgebracht, van de goede en slechte dingen waarin de ouders zich hebben bevestigd en die ze zich hebben eigen gemaakt. De levens en liefden van de ouders kunnen niet geërfd worden, maar de neigingen ertoe worden overgebracht en het totaal hiervan is de ouderlijke erfenis. Dus een staat van verdoemenis of van wedergeboorte kan niet worden geërfd; maar we lezen dat de kinderen van wedergeboren ouders neigingen ontvangen om wijsheid lief te hebben en de dingen die de wijsheid leert. Hierin ligt de hoop van het menselijk ras. De ouderlijke erfenis is tweeledig: het erfelijke van de moeder wordt afgelegd door de wedergeboorte, terwijl het erfelijke van de vader nooit kan worden uitgewist.

erfzonde

De mens zelf is de bron van alle kwaad; niet dat deze oorsprong vanaf de schepping in de mens is gelegd, maar hij heeft zich afgewend van God, tot zichzelf en heeft het daardoor in zichzelf geplant. De oorsprong van het kwaad was niet in Adam en zijn vrouw, maar omdat ze zich van God afkeerden en zich naar zichzelf toe keerden, als naar een god, maakten ze in zichzelf de oorsprong van het kwaad. Door voortdurende afleidingen van erfelijkheid van de ouders en voorouders komt de oorsprong van het kwaad bij de mens, waardoor hij lusten, hartstochten en begeerten in zich heeft die hem in verzoekingen leiden.

Erkentenis

De woordenboeken leren het volgende: cognitio - het leren kennen, het waarnemen, studie, onderzoek, kennis, idee, begrip, denkbeeld, beschouwing, inzicht, doorzicht, besef van waarheid/juistheid, herkennen, erkennen, aanvaarden, getuigenis. Het woord 'erkentenis' heeft al deze facetten in zich; in de ene context zal de ene uitleg of het ene synoniem beter passen, maar al die facetten zitten in dat woord. Er zit wel een oplopende lijn in, men kan 'erkentenis' zien als een proces van: leren kennen (natuurlijk), tot geestelijk inzicht. Erkentenissen hebben altijd betrekking op echte waarheden.

Vaak staan de woorden scientia cognitionum (de wetenschap van de erkentenissen) bij elkaar, waardoor wordt aangeduid dat dit proces van leren kennen tot geestelijk inzicht de grondigheid van de procesgang aangeeft door: kennis, bekend met, wetenschap, verstand, duidelijk zien, onderscheiden, grondig leren doorzien, iets aannemen voor wat het is, bekennen. Als kennis, die vergaart wordt door studie, leren en waarnemen, eenmaal tot inzicht en besef is gevorderd, dan vormt zich het verstand van die kennis, en wordt dus een geestelijk weten; dus het besef/inzicht van de juistheid/waarheid ervan is dan aanwezig; de volgende stap is dus erkenning; dus een voortschrijden van natuurlijk inzicht/waarheden tot geestelijk inzicht en waarheden.

Het is de aandoening of de liefde van de mens die het proces in werking stelt en de kennis en de daarop verworven wetenschap opneemt om te erkennen en de volgende stap is dan om al die verworvenheden (geestelijke waarheden) in het leven toe te passen.

Erkentenissen zijn niets anders dan de ware dingen van de natuurlijke mens, maar die hem nog niet zijn toegeëigend; de erkentenissen worden niet ware dingen bij de mens voordat zij met het verstand worden erkend, en dit gebeurt wanneer zij door het zelf worden bevestigd en deze ware dingen worden hem niet toegeëigend voordat hij volgens deze leeft; niets immers wordt de mens toegeëigend dan dat wat van het leven wordt; zo immers is hijzelf daarin, omdat zijn leven daarin is.

evenwicht

Dit begrip verwijst naar de staat of toestand van de mens, namelijk dat hij geplaatst is tussen hemel en hel. Doordat hij zich in een staat van evenwicht bevindt, kan hij gewicht geven aan invloeden van de hemel zowel als aan die van de hel, aangezien deze in evenwicht zijn. Het niveau daarvan ligt in de geestelijke wereld. Engelen en boze geesten zijn in het evenwicht dat ze zich hebben eigen gemaakt op aarde.

exinanitie

Deze term refereert aan de tijd dat de Heer op aarde was en aan Zijn staat van vernedering voor Zijn Vader, toen Hij in een staat van Waarheid was en schijnbaar gescheiden van het Goddelijke. Het was dus een staat van Zijn menselijk bewustzijn. Toen de Heer in de wereld was, was Hij afwisselend in een staat van exinanitie (vernedering) en in een staat van verheerlijking. Als de Heer afzonderlijk in het Goddelijk Ware was, was Hij in een staat van vernedering en kon daarin verzocht worden en lijden. Als de Heer echter in het Goddelijk Goede was kon Hij niet verzocht worden en lijden, dit Goddelijk Goede kan niet benaderd, noch minder aangevallen worden.

 

G    

gave, talent, vermogen

Deze woorden worden gebruikt om bepaalde zaken aan te duiden die door de Heer aan de mens zijn geschonken. We lezen over de gaven van vrijheid, redelijkheid, van liefhebben en van wijs te worden. Het is steeds een mogelijkheid die wel of niet kan worden ontwikkeld of deels kan worden ontwikkeld. Gaven of talenten worden geen eigendom van de mens, maar worden voortdurend toegevoegd door de Heer, en het is in de juiste uitwerkingen ervan waarin de Heer bij de mens verblijft.

geestelijk

Dit woord komt veel voor in samengestelde woorden en begrippen, maar het refereert altijd aan de liefde van de waarheid om de waarheid, of om het goede waar het toe leidt. Soms wordt het gebruikt om aan te geven, alles dat is onder het hemelse en boven het natuurlijke. Waar elders gebruikt refereert het naar geloof en waarheid. Afhankelijk van de context kan het verwijzen naar de naastenliefde, de tweede hemel, die in die liefde is; de middelste graad van het menselijk gemoed, die haar werking vanuit de tweede hemel ontvangt; of het gehele menselijke ras na de Val, ten aanzien van degenen die zijn wedergeboren door de influx van de waarheid in het gescheiden begripsvermogen en de inzaaiing van een nieuwe wil in dat verstand. De samengestelde term: geestelijk-hemels wordt gebruikt bij aandoeningen van de waarheid waarin de aandoening van het goede aanwezig is: en dat deel van de natuurlijke hemel dat buiten het geestelijk koninkrijk ligt en dat in de gehoorzaamheid is ofwel het goede van het geloof, dit wordt genoemd de geestelijk-natuurlijke hemel.

geestelijke substantie

Wanneer over de geestelijke substantie gesproken wordt, wordt daarmee bedoeld datgene dat uit de Heer God is. Alles wat goed en waar is, wat uit de Liefde en Wijsheid van de Heer is, bestaat in de mens en blijft in hem bestaan. Het is de wil van God dat in de mens zowel het goede als het ware zijn en dat de wil van de mens in overeenstemming is met de Goddelijke Orde. De natuurlijke materie is in zichzelf dood. Er wordt door de geestelijke wereld invloed op uitgeoefend en daardoor reageert ons lichaam op de geest binnenin ons. Wanneer we over geestelijke substantie spreken, moeten we op hetzelfde moment over 'vorm' spreken, want substantie is niets zonder vorm. Substantie is het wezen van iets, en de vorm is het bestaan ervan.

geestenwereld

Er zijn twee werelden; die waarin wij leven, die de natuurlijke, stoffelijke wereld is, het zichtbare heelal, en de geestelijke wereld, die geestelijk en substantieel is, waar de hemel, de geestenwereld en de hel is. De geestenwereld of wereld der geesten bevindt zich tussen de hemel en de hel waarin wij allen komen na de natuurlijke dood van ons lichaam, als ons natuurlijk leven eindigt. Wanneer het natuurlijk lichaam sterft, houdt het leven niet op; het gaat voort in het geestelijk lichaam, eerst gedurende een zekere tijd in de wereld der geesten en dan in de uiteindelijke bestemming van de mens, welke de hemel of de hel is. In deze wereld is een mens in zijn natuurlijk lichaam en tegelijkertijd in de wereld der geesten in zijn geestelijk lichaam in een toestand (staat) midden tussen de hemel en de hel. Als hij sterft en in de wereld der geesten komt, wordt hij, na een zekere tijd, óf opgeheven in de hemel óf neergeworpen in de hel, naar gelang hij in deze wereld geleefd heeft. In de Geestelijke Wereld, waar de Hemel, de wereld der geesten en de hel zijn, weerspiegelt de omgeving de staat van het gemoed van de mens. Zij die in goede aandoeningen zijn, leven in een goede omgeving en zij die in boze aandoeningen zijn, leven in een boze omgeving. Als de mens in de wereld der geesten komt, is hij zich niet langer bewust van de natuurlijke gedachten die hij in zijn uiterlijk geheugen bewaard heeft, maar de gedachten die hij in zijn innerlijk geheugen bewaard heeft, welke zijn ideeën en einddoelen geweest zijn toen hij nog op aarde leefde en welke derhalve toen door hem bevestigd zijn, blijven in zijn bewustzijn. .

geestelijke wereld

Met de geestelijke wereld wordt bedoeld de wereld waar de geesten en de engelen wonen. De innerlijke mens leeft in de geestelijke wereld en de natuurlijke mens in de natuurlijke wereld. Alle dingen in de natuurlijke wereld ontstaan en blijven bestaan vanuit dingen die eerder zijn, dus uit de geestelijke wereld met de geestelijke Zon. Na het overlijden komt de ziel van de mens in deze geestelijke wereld en wordt dan geest genoemd.

gelijken

Deze term komt voor in het werk ‘de Echtelijke Liefde’. Het refereert naar een gelijkenis van het gemoed, zowel innerlijk als uiterlijk, hetgeen zijn oorsprong vindt in aangeboren neigingen en de vorming door opvoeding, omgeving en de bevestigingen die daardoor zijn opgenomen. Voor degenen die werkelijk een echtelijk huwelijk wensen, voorziet de Heer in gelijken, zo niet in deze wereld, dan in het leven na de dood. Het woord wordt soms begrepen in het enkelvoud en het wordt soms aangenomen dat een gelijke eigenlijk een vervangende partner is, waarvoor wordt gezorgd voor degene van wie de eigenlijke echtelijke partner niet wedergeboren kon worden. Dit idee is gebaseerd op het geloof dat echtparen ‘een voor een’ worden gecreëerd; maar er is geen bewijs dat die op deze wijze worden gevormd; de term wordt altijd in het meervoud gebruikt, en dit idee van gelijken schijnt een onjuiste te zijn.

geloof

Geloven, zo wordt ons onderwezen, is noch het verstandelijk, historisch aannemen van het lijden en de verdiensten van Christus, noch een blinde instemming met dat wat het verstand te boven gaat. De kwaliteit van het geloof verschilt door het vertrouwen. Ook Luther prefereerde deze zienswijze boven alleen maar instemming. Geloven is een innerlijke erkenning en aandoening: een innerlijke erkenning van de waarheid vanuit het inzicht en het begrip ervan, en een innerlijke aandoening van de waarheid, vanuit de waarheid te willen, omdat het waar is. Het bestaat in de wens vanuit het hart te weten wat goed en waar is ter wille van het leven. Het is daarom onafscheidelijk van het leven en is één met het goede van de naastenliefde. Zo wordt ons geleerd dat het doorvatten van het goede datgene is dat in principe de waarheid van het geloof wordt genoemd en dat geloven een werking is van de Heer alleen door de naastenliefde van de mens. Er zijn een aantal samenstellingen die kort kunnen worden genoemd: het historisch geloof dat op menselijke autoriteit berust; het overredend geloof dat op en ter wille van zelfzuchtige of wereldse doeleinden is gericht, en vals geloof waarin valsheden, onjuistheden dooreen zijn gemengd met waarheden.

gemoed

De ziel van de mens vormt zich een gemoed, de zetel van alle gevoel, neigingen en hartstochten. Het is de innerlijke mens die wordt aangedaan door aandoeningen en die handelt in de wereld.
Het gemoed is gevormd uit het verstand en de wil, welke twee factoren eigenlijk het leven van de mens vormen. Ze zijn strikt van elkaar onderscheiden, maar zo geschapen dat ze als één functioneren en als ze dat doen dan is er sprake van het gemoed. Dit gemoed is in de innerlijke mens en ook in de uiterlijke mens. Het gemoed is geestelijk; de hersens zijn dus niet hetzelfde als het gemoed, maar ze zijn het orgaan ervan. Er wordt ook gezegd dat het gemoed bestaat uit zowel geestelijke als natuurlijke substanties; maar het laatste wordt gehaald uit de fijnste dingen van de natuur, dit zijn de substanties van dat orgaan. Gemoedsaandoeningen en gedachten vinden daarin niet plaats maar in de geestelijke substanties, en dit door veranderingen en variaties in vorm en staat.

genade

zie ook: barmhartigheid, naastenliefde

De algemene definitie van barmhartigheid die in de Werken wordt gegeven is dat het datgene wordt waartoe liefde zich richt als ze de noden van anderen ziet en daar bedroefd over is. Zo is de genade of barmhartigheid van de Heer de liefde jegens het menselijk ras sinds de val; de liefde echter Zijn voorzienigheid en al haar werkingen, en de verlossing die daaruit voortkomt. Het is algemeen en onpartijdig en het bestaat uit het afhouden van de mens van het kwade en hem te leiden tot het goede en hem in het goede te houden, als en wanneer het door hem wordt ontvangen.

gerechtigheid en gericht

In het Woord komen uitdrukkingen voor die verschijnen als herhalingen van één en dezelfde zaak, zoals vuur en vlam, goud en zilver, brood en water, en dus ook 'gericht en gerechtigheid'.. Deze zijn echter niet één zaak maar worden dit door verbinding. Gerechtigheid heeft betrekking op het goede, en dus op eerlijkheid, oprechtheid, rechtvaardigheid. Gerechtigheid is alle dingen doen overeenkomstig de Goddelijke orde, en datgene in de orde herstellen wat uit de orde is gevallen; want de Goddelijke Orde zelf is de gerechtigheid. Gericht heeft betrekking op recht doen, oordelen.

gewaarwording

Gewaarwording is een bepaalde innerlijke aandoening of gevoel die alleen door de Heer wordt overgebracht als een middel om te weten of iets goed en waar is. Het wordt ook gedefinieerd als een innerlijk ingeving met een volledige bevestiging door influx van de Heer ten aanzien van de werkelijke waarde van het goede en het ware, het boze en het valse. Dus de waarneming van de kerk bestaat, net als die van de engelen, uit het zien van wat waar is en wat goed is, niet zozeer met betrekking tot de maatschappij als wel tot de liefde en het geloof jegens de Heer. Gewaarwording is niet een manier waarop een innerlijke of directe openbaring wordt gegeven; het is gebonden aan het Woord. In de Werken wordt de term ‘gewone gewaarwording’ gebruikt die zo wordt genoemd omdat het in de geestelijke wereld algemeen is, hoewel het niet op aarde wordt gegeven, en waarbij de hoedanigheid van nieuwkomers onmiddellijk wordt onderscheiden door de sfeer die ze om zich heen hebben, een gesprek is niet nodig noch enige handeling.

geweten

Algemeen wordt het geweten gezien als een innerlijke stem die ons waarschuwt als we op het punt staan iets te doen wat onjuist is en zich terugtrekt als we reeds iets hebben gedaan wat onjuist is. Het is iets dat ieder mens oorspronkelijk bezat, hoewel het wel onderdrukt kan zijn. In de Werken wordt deze term echter, in de hoogste zin, gebruikt: een nieuwe wil ontvangen van de Heer door wedergeboorte. Dit is geweten in de meest essentiële betekenis; doe niemand kwaad en doe aan allen goed. Op deze wijze gedefinieerd heeft alleen een goed mens een geweten; de kwaden hebben geen geweten en het idee dat de kwellingen van de hel de stekels van het geweten zijn, is slechts een vrome gedachte. Als denkbeeld van wat wel en niet gedaan moet worden, kan iedereen een geweten hebben, maar omdat het gevormd wordt bij een mens door een bepaalde religie waarin hij is, en alleen volgens de innerlijke waarneming ervan, is het geweten dus niet eenvormig en ook niet noodzakelijk aanwezig. Er is dus een onecht geweten in die ongelovigen die in het eenvoudig goede zijn, en een vals geweten bij degenen die in het natuurlijk goede zijn. Het laatste wordt zo genoemd omdat het natuurlijk goede, innerlijk egoïstisch, werelds en boos is. Dit natuurlijk goede is het wat zo vaak per abuis wordt gehouden voor het eigenlijke geweten en het bestaan ervan zovele mensen ertoe heeft geleid om een norm te veronderstellen. Maar het geweten is iets relatiefs; het boze geweten van een goed mens is als het goede geweten van een slecht mens; en het juiste idee van een geestelijk geweten wordt gevonden in de lering, dat het is te handelen volgens de religie en het geloof.

gericht zie ook: rechtvaardigheid, rechtschapenheid

Gericht staat voor de dingen van het ware en gerechtigheid voor de dingen van het goede; 'Gericht en gerechtigheid doen' is het ware en het goede doen. Vergelijk: 'gerichten der gerechtigheid', dit vraagt het volk dat de kennis van Zijn wegen verlangt en de nadering Gods, (Jesaja 58:2).

God

Met God wordt bedoeld in de hoogste zin het Goddelijke boven de hemelen, wat het goddelijk Goede is. In de innerlijke zin wordt bedoeld het goddelijke in de hemelen, wat het goddelijk Ware is. Het onderscheid dat hier gemaakt wordt komt voort uit het feit dat het goddelijk Ware voortkomt vanuit het goddelijk Goede en de hemel maakt en organiseert. Met God en de Vader, worden in de geestelijke zin, geen twee personen bedoeld. God betekent het Goddelijke ten aanzien van de Wijsheid, en de Vader betekent het Goddelijke ten aanzien van de Liefde.
Met God wordt het goddelijke van de Heer bedoeld, de Heer als goddelijke Waarheid. In de hemel is het begrip over God het idee van de Heer. Met God wordt de Heer bedoeld want er is geen andere God van hemel en aarde. De God van Israël is en betekent de God van de geestelijke Kerk. Er zijn twee dingen die het wezen van God maken: liefde en wijsheid en deze zijn één God. God is in ieder mens, in de goeden en in de slechten, maar de mens is niet in God tenzij hij leeft volgens de orde. In de terminologie van de Nieuwe Kerk wordt zelden van God gesproken maar Hij wordt genoemd de Heer zonder toevoeging van andere namen. Andere namen van Hem die in het Woord worden genoemd zijn: El (de Sterke); Elohiem (meervoud van El), deze naam wordt gebruikt om de werkzaamheid van de engelen aan te geven die de goddelijke waarheden (wijsheden) ontvangen en ze worden daarom soms goden genoemd. Andere namen zijn: Shaddai (de Hoogmachtige); Edonai (mijn Heer); Vader, bij gelegenheid als er over de liefde wordt gesproken; Adonai (Heer); Jehovah Edonai; in de Statenvertaling: Heere Heere, dit is Jehovah (JHWH of IHWH), hiermee wordt het goddelijke ZIJN uitgedrukt, het goddelijk goede van Zijn goddelijke liefde; Jah ( Hallelu Jah ) betekent: Prijst Jehovah.

Goddelijk Menselijke

Voor de menswording was er niet enig Goddelijk Menselijke dan alleen een uitbeeldend door een engel, die door Jehovah de Heer vervuld werd met Zijn Geest. Na de vleeswording hielden deze uitbeeldende dingen op, zoals de schaduwen van de nacht, als de zon opgaat. Het is van toepassing op de Heer Jezus Christus na zijn verheerlijking - de goddelijke liefde in menselijke vorm. Het Goddelijk Menselijke is niet identiek met het hoogst Goddelijke; in welk geval het verdwenen zou zijn in het oneindige. Het is het lichaam van de Goddelijke Waarheid of Wijsheid dat de Heer aantrok van de Vader en hetgeen hij verenigde met het hoogst Goddelijke, zoals een lichaam met een ziel, waartussen een oneindig perfecte relatie is. Het Goddelijk Menselijke is oneindig omdat het geen ontvanger is van het leven, maar het is het Wezen van het leven; het leven komt hieruit voort, maar het is eindig met het doel om te ontvangen. Het is het enige dat aanbeden dient te worden in de hemelen en op aarde.

Goddelijke

Hiermee wordt bedoeld het Oneindige en het Eeuwige, wat in het Woord wordt genoemd ‘ Jehovah’ en ‘de Vader’ ; de goddelijke liefde en wijsheid Zelf die het wezen zijn van het goede en het ware. Het is dus de bron van waaruit alle dingen zijn. Het goddelijke bij de mens is de liefde tot de Heer en barmhartigheid jegens de naaste. De term ‘goddelijk’ komt veel voor in samengestelde uitdrukkingen, maar het refereert altijd naar het goddelijke in de Heer of naar dat wat van Hem is, namelijk het goede en het ware van het redelijke en het natuurlijke. Een belangrijke samenstelling is ‘het goddelijke voortgaande’ , hetgeen betekent de goddelijke waarheid waarin het goddelijk goede is dat voortvloeit uit de goddelijke liefde, zoals licht waarin warmte voortgaat uit het vuur van de zon. Het goddelijke van de Heer wordt onderscheiden in het goede en het ware omdat deze gescheiden kunnen worden ontvangen door de mens.

Goddelijke Leer

De Goddelijke Leer is het Goddelijk Ware en het Goddelijk ware is het gehele Woord van de Heer; de Goddelijke Leer zelf is het Woord in de hoogste zin, waarin enig en alleen over de Heer gehandeld wordt, daarvandaan is de Goddelijke Leer het Woord in de innerlijke zin, waarin gehandeld wordt over het rijk van de Heer in de hemelen en op aarde.

De Goddelijke Leer is ook het Woord in de letterlijke zin, waarin gehandeld wordt over de dingen die in de wereld en op aarde zijn. En daar de letterlijke zin in zich de innerlijke zin bevat en deze innerlijke zin, de hoogste zin en de letterlijke zin geheel en al daarmee overeenstemt door middel van uitbeeldende en aanduidende dingen, is daarom ook de uit de letterlijke zin voortvloeiende leer Goddelijk.

Goede

Het ‘goede’ wordt gedefinieerd als de aandoening van het denken en handelen overeenkomstig de goddelijke orde. Dus het behoort bij de liefde tot de Heer en de naastenliefde. Het is geestelijk, bestaat uit willen en doen op een onzelfzuchtige manier, en is de hemel bij de mens. Datgene wat voortgaat uit het proprium (het eigene) van de mens is nooit goed en kan zelfs wel volledig slecht zijn. Hoewel, wat een mens liefheeft noemt hij goed, of het nu hemels is of hels, omdat het zo door hem wordt aangevoeld. Dit heeft tot een theorie geleid dat het goede slechts relatief is, maar de werken maken duidelijk dat er een absoluut goede is. Met het ‘natuurlijk goede’ wordt bedoeld het goede dat iemand erft van zijn ouders en waarin hij dus is geboren, maar dat niet tot verlossing leidt omdat het innerlijk boos is. Het natuurlijk goede is dus niet iets dat de mens van nature heeft, maar is eigenlijk het ‘goede van het natuurlijke’. Deze misvatting heeft ongetwijfeld geleid tot de ontwikkeling, in sommige psychologische stromingen, van de gedachte dat de mens van nature goed is. Het natuurlijk goede is het goede dat bij de gemeenschap hoort en bestaat uit de tegenwoordigheid van het goddelijke in zaken zoals: rechtvaardigheid, moraal, ijver, kennis, oprechtheid; de noodzakelijkheden voor het leven, voor beroep en bescherming en in de voorziening van geld en goederen.

Goede van het geloof en het Goede van de liefde

Het geestelijk goede is dat wat het goede van het geloof wordt genoemd en het is de naastenliefde; het hemels goede echter is dat wat het goede van de liefde wordt genoemd en het is de liefde tot de Heer; er zijn twee rijken van de Heer in de hemelen: het ene wordt Zijn hemels rijk genoemd en daarin zij degenen die in de liefde tot de Heer zijn en het andere wordt het geestelijk rijk genoemd en daarin zijn zij die in de naastenliefde jegens de naaste zijn; deze rijken zijn ten strengste onderscheiden, maar toch handelen zij in de hemelen als één. .

graden

De leerstelling over de graden is specifiek voor de Werken en fundamenteel om hun filosofie te begrijpen. De gradaties van licht naar donker, van fijn naar grof, van ijl naar dicht, van luid naar stil etc., zijn continue graden. Het zijn graden van één ding en meetbaar met de verschillende instrumenten daarvoor. Discrete graden zijn de graden van de vorming of compositie van een ding vanuit iets anders. Ze bestaan in alle dingen, maar elk duidelijk onderscheiden, hoewel ze één maken als ze tezamen worden genomen. Ze zijn aan elkaar verwant als einddoel, oorzaak en gevolg, en de enige verhouding ertussen is die van de correspondentie. Dit wil zeggen dat de hogere graden in de lagere kunnen vloeien, maar de lagere niet in de hogere. Lagere graden hebben kwaliteiten die niet in hogere worden gevonden, maar dat zijn kwaliteiten die limieten stellen. Liefde, gedachte en spraak is een serie van discrete graden. De gedachte kan niet weergeven al datgene wat de liefde opmerkt, en de spraak kan niet alles uitdrukken wat een mens denkt. Hoewel, discrete graden zijn homogeen, en in de laatste graad wordt alle kracht van een serie uitgeoefend. De drie hemelen en de drie graden van het menselijk gemoed zijn discrete series. Er zijn discrete graden op natuurlijk niveau, maar ook in geestelijke dingen. De term geeft niet alleen maar een relatie aan tussen het geestelijke en het natuurlijke of het eindige en het eeuwige. De natuurlijke atmosferen, bijvoorbeeld, zijn onderscheiden van elkaar. De aanduiding ‘hoogtegraden’ en lengtegraden, moeten niet te letterlijk worden genomen.

Grootste Mens

Deze term komt alleen voor in de Werken. De engelen zijn georganiseerd in gezelschappen en deze weer in groepen waarvan elk een algemeen nut uitoefent dat correspondeert met de functie die wordt uitgeoefend door een of ander ledemaat, orgaan, ingewand of vlies van het menselijk lichaam. Elk deel van het lichaam, zelfs elke cel, heeft zijn overeenkomstige hemelse deel in het gebied van de nutten. Naar hun nutten zijn de hemelen dus ingedeeld in de vorm van een mens en het is de hemelse mens die de Grootste Mens wordt genoemd. De Hemel wordt zo genoemd vanuit de nutten en niet vanuit de vorm, ofschoon we wel kunnen veronderstellen dat als we dit in zijn geheel zouden kunnen zien, het zou verschijnen in de menselijke vorm. De hemelen van deze aarde vormen een grootste mens, de Grootste Mens wordt gevormd door alle hemelen van alle aardbollen. De Werken geven ons drie algemene ideeën: 1) de hemel als de grootste mens, met de wereld der geesten als het voedend systeem en de hel als het onvruchtbare afval, uitgescheiden door het lichaam; 2) de hemel als een grootste mens en de hel als een groot monster; 3) de hemel, de hel en de geestenwereld als een mens, waarin de hemel de mens is, de geestenwereld het voedend systeem voor wat betreft het werk van de engelen in die wereld en de hellen die dingen in het lichaam, maar niet van het lichaam maar die toch lagere nutten vervullen, zoals reiniging e.d. Dit laatste denkbeeld volgt uit de lering dat iedereen in de geestelijke wereld tot een of ander nut moet zijn, zowel degenen in de hemel als die in de hel zijn. Het algemene idee van de Grootste Mens is dat de Heer is in de hemel en de Kerk, zoals de ziel is in het lichaam, innerlijk maar duidelijk onderscheiden; dat de hemel en de Kerk respectievelijk het gemoed en het lichaam zijn; en dat ze zijn voor de Heer wat de geestelijke en natuurlijke organismen zijn voor de mens. Dus de Heer is de ziel en het leven van de Grootste Mens; engelen, geesten, en het geestelijk deel van het gemoed van de mensen op aarde zijn het gemoed van die mens; en de stoffelijke mens op aarde is het lichaam en de zintuigen.


H    

haasten

Haasten of haastig in de innerlijke zin is niet snel, maar het is het zekere en eveneens het volle, dus het gehele gebeuren; het haastige immers sluit de tijd in zich en in de geestelijke wereld is er geen tijd, maar in plaats van tijd zijn er staten; en dus heeft het haastige van de tijd daar, betrekking op een zodanige staat die overeenstemt; de hoedanigheid van de staat die overeenstemt, bestaat daarin dat er tegelijkertijd dingen zijn die uitwerken, waardoor het gebeuren zeker en vol is.

heelal

Onder het heelal worden beide werelden verstaan: de geestelijke en de natuurlijke. Het geestelijk heelal kan niet bestaan zonder een natuurlijk heelal, waarin het zijn werkingen en nutten kan uitvoeren. In beide werelden is een zon: in de geestelijke wereld een Zon die louter Liefde is uit Jehovah God, die in het midden daarvan is. Van deze Zon gaan warmte en licht voort, en de daaruit voortgaande warmte is in haar wezen liefde, en het daaruit voortgaande licht is in zijn wezen wijsheid. Deze twee doen de wil en het verstand van de mens aan: de warmte zijn wil en het licht zijn verstand. De zon van de natuurlijke wereld echter is louter vuur en daarom is de daaruit voortvloeiende warmte dood, zo ook het licht; deze dienen de geestelijke warmte en het geestelijk licht tot omhulling en ondersteuning, opdat deze tot de mens overgaan. .

heilig

Deze term is eigen aan en wordt gezegd van datgene wat invloeit in de mens door de hemelen vanuit de Heer. Strikt gesproken is de Heer dan niet heilig maar goddelijk en het heilige is dat wat uit Hem voortgaat. De Heer Zelf is boven de hemelen, want hij is de Goddelijke Mens in het midden van de geestelijke Zon. Het goddelijke dat voorgaat van die zon vanuit Hem in de hemelen van de engelen, wordt het heilige genoemd.

Heilige Drie-eenheid

Er is een goddelijke Drie-eenheid ofwel Drievuldigheid die is: Vader, Zoon en Heilige Geest. Deze drie zijn de drie wezenlijkheden van de éne God, die één vormen, zoals: ziel, lichaam en werking bij de mens. Er is dus geen drie-eenheid van personen; Vader, Zoon en Heilige Geest zijn in Christus één. De ziel van Christus wordt de Vader genoemd, het lichaam van de ziel wordt de Zoon genoemd en de werkingen van ziel en lichaam samen worden Heilige Geest genoemd. Het lichaam van Christus werd verheerlijkt, dat wil zeggen goddelijk gemaakt en is dus de Zoon van God, de Allerhoogste ( Zijn Ziel), en wordt ook de Enigverwekte genoemd.

Heilige Geest

De Heilige Geest is het Goddelijke dat voortgaat uit de ene, oneindige, almachtige, alwetende en alomtegenwoordige God, door Zijn, in de wereld aangenomen Menselijke. Het is de Geest van God, het uit de Heer voortgaande leven. De Heilige Geest is hetzelfde als de Goddelijke Sfeer, wanneer daaronder verstaan wordt de Goddelijke Liefde en de Goddelijke Wijsheid. Deze twee gaan voort uit Jehovah de Heer vanuit de Zon van de engelenhemel. De Heilige Geest is identiek met de ene God, Jezus Christus, onze Heer. De goddelijke werking door de Heilige Geest kon niet plaats vinden voor de verheerlijking. God de Vader zendt niet de Heilige Geest, Zijn goddelijke, maar hij gaat voort vanuit de Heer uit God de Vader, en niet omgekeerd. Het is het voortgaande Goddelijke dat onderwijst, verlicht, hervormt en de mens opnieuw geboren doet worden en is daardoor de goddelijke Waarheid waarvandaan het geestelijk leven van de mens is. Zoals de Werken aanduiden, is het niet een God op zichzelf, maar de werking van de ene God in de uitwerking van deze nutten. Met de Heilige Geest wordt bedoeld een goddelijke werking die niet kon geschieden vóór de verheerlijking. De werking van de Heilige Geest is onderrichting, hervorming en wederverwekking en daaruit levendmaking en zaligmaking.

Heilige Schrift, het Woord

De gehele Heilige Schrift is niets anders dan de leer over de liefde en de naastenliefde. De Heilige Schrift of het Woord is de Goddelijke Waarheid zelf. Er is in het Woord een geestelijke zin, deze geestelijke zin is in alle en elk van de dingen van het Woord. De geestelijk zin is binnenin de letterlijke zin, zoals de ziel in het lichaam. Aangezien het Woord innerlijk geestelijk is werd het in overeenstemmingen geschreven. Ook de Heer Zelf toen Hij in de wereld was sprak in overeenstemmingen, waarvan elk woord een geestelijke zin bevat. De leer moet uit de letterlijke zin van het Woord worden gehaald en door deze bevestigd worden; de Heer is daarin aanwezig en leert en verlicht. Het Woord is in alle hemelen en daaruit is de engelenwijsheid. Uit de letterlijke zin van het Woord kunnen ketterijen gehaald worden, maar het is schadelijk die te bevestigen, zoals: dat aan God toorn en grimmigheid wordt toegeschreven. God echter is de Liefde en de Barmhartigheid zelf en dat deze dingen zo aan God worden toegeschreven in het Woord, komt omdat dergelijke dingen schijnbaarheden van het Ware zijn, zoals de zon die opkomt voor de wereld, terwijl toch de wereldbol draait; dat de zon beweegt is een dus een schijnbaar ware.

hel

De eigenliefden en de liefden voor de wereld maken de hel bij de mens. De ontkenning van God maakt de hel en in de christelijke wereld, de ontkenning van de goddelijkheid van de Heer. De lust van het kwade, dat als iets goeds wordt ervaren, is de hel. Niemand wordt geboren voor de hel maar iedereen komt in de hemel door de Heer en in de hel vanuit en door hemzelf. De hellen zijn gevuld met de meest bittere haat tegen de Heer; hoewel niet direct tegen de Vader, die sommige hellen de Schepper van het Universum noemen. Maar alle hellen zijn tegen de Heer en deze sfeer wordt van daar ook uitgeademd.

hemel

In universele zin het koninkrijk Gods, in een minder universele zin, de Ware Kerk van de Heer, in specifieke betekenis, iedereen in het ware geloof, of die zijn wedergeboren door een gelovig leven te leiden. In de hemelen is er geen ander leven dan een leven van liefde. De innerlijke mens wordt hemel genoemd en de uiterlijke mens, aarde. De universele hemel is zeer duidelijk geordend door de Heer, naar gelang de verschillen van liefde and geloof; deze zijn ontelbaar. Niemand wordt binnengelaten in de hemel, tenzij er een mate van onschuld is. De wedergeboorte vindt plaats opdat de mens in de hemel kan worden verwelkomd; want de hemel is niets anders dan het huwelijk van het goede met het ware. Tenzij dit huwelijk in de mens is gesloten, kan hij dus niet zijn in het hemels huwelijk, dat wil zeggen, in de hemel. Hoe groot het geluk is in de hemel kan hieruit worden afgeleid, dat allen in de hemel hun verrukkingen en zegeningen met alle anderen delen, omdat allen in de hemel van die gezindheid zijn.

hemels huwelijk

Deze term, die ook specifiek bij de Werken behoort, beschrijft de innerlijke, wederkerige verbinding tussen het goede en het ware, of anders gezegd tussen de wil en het verstand. Deze hebben hun afkomst van de vereniging van de liefde en de wijsheid in de Heer. Het hemels huwelijk heeft alleen een werking in diegenen die zijn wedergeboren, en vindt plaats in het redelijke van het eigen verstand. In essentie is het een verbinding waarin de liefde of het goede van de Heer wordt ontvangen in de nieuwe wil en waardoor deze wordt aangemoedigd te zoeken naar waarheid door het verstand en waarin men geleid wordt naar nutten, en waarin die waarheden op hun beurt vorm en kwaliteit geven aan die liefde. De bijzonderheden zijn ingewikkeld, maar het basisidee is dat het goede van de Heer dat innerlijk wordt ontvangen door de innerlijke weg in verbinding wordt gebracht met de waarheid die ontvangen is van buitenaf, vanuit het Woord, door de uiterlijke weg, dat wil zeggen door de zintuigen. We merken op dat deze vereniging, die afdaalt in de uitersten van het gemoed, voorafgegaan wordt door een volledig uiterlijke verbintenis die de vereniging op gang brengt en die correspondeert met een verloving.

hervorming

Hervorming wordt gezegd van het verstand of het begrip hebben; het is een staat van denken, gevormd door de waarheid van het geloof, waarbij de mens met verlangen naar het geestelijk leven kijkt. Gedurende die fase wordt hij door waarheden geleid tot het goede en is hij in een staat van gehoorzaamheid waarbij waarheid overheerst. De mens is in een staat van hervorming als hij ziet en bevestigt dat het goede goed is en het kwade kwaad en daarbij denkt dat het goede gekozen moet worden. Het proces zelf is een hervorming van de bestaande inhoud van de begrippen, een reorganisatie die door verzoekingen wordt bereikt, waarbij kennis van waarheden wordt geplaatst in de Heer en in de hemel in plaats van in zichzelf of de wereld; daardoor wordt de mens voorbereid op de ontvangst van een nieuwe wil vanuit de Heer.

honger

De betekenis van honger is het gebrek aan erkentenissen van het ware en het goede, dus de verlating. Dat honger dat gebrek of de verlating is, komt omdat de hemelse en de geestelijke spijs niets anders is dan het goede en het ware; deze zijn het waarmee engelen en geesten worden gevoed; daarom ook stemmen met die spijzen de stoffelijke spijzen overeen, zoals brood met de hemelse liefde en wijn met de geestelijke liefde en bovendien alle en de afzonderlijke dingen die van het brood of van de spijs en van de wijn en de drank zijn; wanneer dus zulke dingen ontbreken, is er honger en het wordt in het Woord verwoesting en verlating genoemd.


I     

influx, invloeien (zie ook: afflux-toevloeien)

Dit is een van de fundamentele begrippen in de Werken. Het beschrijft de geleidelijke werking van iets wat hoger is, in iets wat discreet lager is, zoals de gedachte in de spraak, de wil in de daad, enzovoort. Het voornaamste idee is dat er niets handelt onder God uit zichzelf, maar door de uitvoering ervan door iets hogers, en dit de hele weg terug door de schaal van alle graden tot de Heer zelf. Er moet niet aan influx worden gedacht als water dat in een kopje wordt gegoten, maar eerder aan een golf van beweging die raakt aan een substantie en die op zijn beurt reageert waardoor dit een vat voor ontvangst wordt.Dit is belangrijk want het toont aan dat de invloeiende kracht en het ontvangende niet worden samengevoegd. Het goddelijke wordt niet eindig in de voortgang of de werking, noch wordt de mens goddelijk door het goddelijke te ontvangen door influx. Twee paar termen dienen te worden onderscheiden: algemene en bijzondere influx. De algemene influx die van de Heer komt door de orde van de hemelen heen, vloeit in datgene wat in de orde van hun leven is, zoals dit bij dieren het geval is. De bijzondere influx, die van de Heer komt door engelen en geesten, vloeit in die dingen die niet volgens de orde zijn, dat wil zeggen, in het gemoed van de mens, hoewel het lichaam van de mens onder de algemene influx valt. Het tweede paar is directe en indirecte influx, deze zijn duidelijk onderscheiden. Influx door de hemelen of door het Woord is indirect, door middel van; influx van de Heer in de ziel van de mens, die boven de engelenhemel is, is rechtstreeks, direct.

innerlijke mens

De ziel is de innerlijke mens en dit is zijn geest die na de dood zal leven. De ziel is de mens zelf, die in het lichaam woont Het woord ‘innerlijk’ refereert naar de twee hoogste graden in de ziel van een mens die in de hemelse orde is; de hemel van de innerlijke mens. Het ligt boven het bewustzijn, kan niet door het leven van de mens zelf worden veranderd of gewijzigd, en het is de woonplaats van de Heer in hem. Het zijn de activiteiten die door de Heer zijn geschonken aan deze graden, die bij ontvangst, de engelenhemel maken. Om deze reden, en omdat ze in zichzelf boven het bewustzijn van de hoogste engelen zijn, behoren ze alleen de Heer toe. Ze vormen een hemel die het dichtst bij Hem ligt, en dit wordt bedoeld met ‘de hemel van de innerlijke mens’.

inspiratie

Hiermee wordt niet bedoeld een dictaat of iets dat wordt voorgeschreven, maar een inblazing van het Goddelijke. Het onderscheid is dat wat invloeit vanuit het Goddelijke is Goddelijk in zichzelf, maar schrijdt voort door de hemelen, waarbij het hemels wordt en geestelijk, en dan de wereld binnengaat, waar het werelds wordt, maar met het Goddelijke en wat hemels is erin. Deze definitie laat ons de natuur van inspiratie van het Woord zien en laat ons onderscheid maken tussen bovenstaande en wat in het algemeen inspiratie wordt genoemd door wereldse schrijvers. Inspiratie wordt ook gedefinieerd als de opneming in een gezelschap van engelen, wat eigenlijk hetzelfde insluit, namelijk een opneming in sferen waardoor het Goddelijke voortgaat.

intellect

Het intellect is de waarheid van het geloof. In het algemeen is het het inzicht van de innerlijke mens, dat ziet door het licht van de hemel dat van de Heer komt. Wat het ziet is hemels. De benaming wordt ook gebruikt voor het verstand.

intellect van de Kerk

Als iemand het Woord leest en nauwkeurig het ene gedeelte vergelijkt met een ander deel, zal hij inzien wat geloofd moet worden en wat er moet worden gedaan. Het bestaat alleen bij die mensen die verlicht zijn, dat wil zeggen, degenen die verlangen waarheden te weten, alleen ten behoeve van het leven en het nut ervan. De term dient dus niet verward te worden met wat men normaliter intellectualisme noemt; bij intellect ligt de nadruk op het zoeken naar waarheden als een middel tot een leven van het goede.

intellectuele waarheid

Hiermee wordt bedoeld waarheid verbonden met waarneming dat het aldus is, dat wil zeggen, waarheid verbonden met het goede. Deze waarheid wordt onderscheiden van wetenschappelijke waarheid, dat een zaak van kennis is en van de redelijke waarheid, waarvan wordt gezegd dat het wetenschappelijke waarheid is, bevestigd door de redenering.

intelligentie

Intelligentie is van het licht van de wereld, verlicht door het licht van de hemel. Het bestaat uit weten, begrijpen en geloven van de goddelijke waarheden, in het innerlijk waarnemen of hetgeen dat voorligt waar is of niet, en in het begrijpen van de oorzaken van dingen. Voor intelligentie is dus niet een grote geleerdheid nodig; het wordt door de Heer gegeven in verschillende gradaties ten einde alle mensen wedergeboren te laten worden. Wijsheid wordt onderscheiden van intelligentie door twee dingen. Het komt van het licht van de hemel en het bestaat uit het willen, liefhebben en doen van waarheden die de intelligentie ziet en begrijpt.

innerlijke en uiterlijke mens

Dit zijn geen termen die voor de ziel en het lichaam worden gebruikt. Beide verwijzen naar de geest, en ze beschrijven de twee delen waardoor de mens in gezelschap is van engelen en mensen. De innerlijke mens bestaat uit de dominante liefde en de gewaarwordingen ervan, waarover de mens nadenkt als hij alleen is, en waardoor hij nutten vervult in de geestelijke wereld. De uiterlijke mens bestaat uit aandoeningen en gedachten die door iemand worden getoond als hij in gezelschap is, en waardoor hij nutten vervult in de wereld. Een belangrijke gevolgtrekking is dat deze twee innerlijke delen die van elkaar onderscheiden zijn, ook gescheiden zijn van het lichaam.

innerlijke zin

De innerlijke zin van het Woord ligt verborgen in de letterlijke betekenis van het woord. Het meest karakteristieke hieraan is de volkomen afwezigheid van elementen die betrekking hebben op personen, plaatsen en tijd, en het bevat twee elementen, namelijk aandoening en gedachte. Deze zin of betekenis is drievoudig: de meest innerlijke zin ofwel de hemelse zin, deze heeft betrekking op de Heer en is van de derde hemel; de geestelijke zin of de eigenlijke innerlijke zin, waarvan het onderwerp het koninkrijk van de Heer is, heeft betrekking op de tweede hemel; en de innerlijk-historische zin, de geestelijk-morele of de dichtstbijzijnde zin, beschrijft de moraal en leringen van een natie en deze behoort bij de eerste hemel.

inzicht - begrip

Het inzicht wordt gedefinieerd als het gezicht van het gemoed. Het is een van de twee mentale vermogens waarmee de mens gezegend is. Het is dat vermogen waarin de wil tot ontwikkeling komt die wordt gevormd door het inzicht. Het inzicht leidt niet de wil, het geeft alleen instructies. Alleen de geestelijke mens heeft werkelijk inzicht, de natuurlijke mens heeft daarvoor in de plaats fantasie. .


J     

Jehovah – JHWH - Jahweh

Jehovah is de naam van God vanuit het ZIJN. Het Goddelijk ZIJN is ZIJN in Zichzelf, en tegelijk Bestaan in Zichzelf. De Heer wordt soms Jehovah, soms Jehovah God, en ook de Heer Jehovah en ook God of de Vader genoemd. Dit vindt zijn oorzaak in het mysterie van de innerlijke zin. Als het over liefde gaat en over de hemelse Kerk, dan wordt er gesproken van Jehovah; Jehovah is de hemelse liefde, de Liefde Zelf. Wordt er echter gesproken van geloof en of waarheid en van de geestelijke Kerk, wordt God genoemd; en dit bij voortduring want het ZIJN van de Heer is Liefde; en het daarvan afgeleide ZIJN, het BESTAAN, is Waarheid. Als er gehandeld wordt over de kracht van het goddelijk goede of de almacht, wordt gesproken van Jehovah Zebaoth, (Jehovah der Heirscharen, Jehovah der legerscharen (goddelijke waarheden); en ook de Heer, zodat deze namen dezelfde betekenis hebben. Met de Heer Jehovih wordt overal in het Woord bedoeld Jehovah in Zijn Menselijke. Met het aangezicht van Jehovah wordt bedoeld barmhartigheid. Jehovah Nissi; in de oorspronkelijke taal betekent: ‘Jehovah mijn banier’, het bijeenroepen van de strijdkrachten- tegen degenen die in het valse zijn van het innerlijke kwaad (Exodus 17:15).

Jezus

‘Ik ben de Alfa en de Omega, de eerste en de laatste, het begin en het einde’, zegt de Heer, ’Die is, Die was en Die komt, de Almachtige.’ In Jezus Christus zijn het Goddelijke uit het eeuwige en het Menselijke in de tijd verenigd als ziel en lichaam in de mens. Die vereniging was en is wederkerig en volledig. Bijgevolg zijn God en Mens, dat wil zeggen, het Goddelijke en het Menselijke, in Jezus één Persoon. De naam Jezus betekent redder en wordt genoemd als er wordt gehandeld over het goddelijk Goede en het priesterlijke.

Joodse geloof

Het Joodse geloof was vóór de komst van de Heer een uitbeeldend geloof. Alle dingen die werden uitgebeeld waren van de Heer en Zijn koninkrijk. Offers en vooral brandoffers waren de voornaamste en heiligste uitbeeldingen van de eredienst van de Hebreeuwse en later van de Joodse kerk. Door Israël wordt aangeduid de innerlijke geestelijke Kerk en door Judah de hemelse kerk De reden dat de ‘zonen van Israël’, het volk van Jehova werd genoemd was niet omdat ze beter waren dan andere naties maar omdat ze het volk van de Heer representeerden, dus al degenen die in Zijn geestelijk koninkrijk zijn. ‘De dochters van Israël’ betekent de aandoeningen van de waarheden, die van de Kerk zijn.

 


K

Kerk

Deze term verwijst naar een geestelijke organisatie, waarvan de eenheid het individuele gemoed van de mens is. De mens die het Woord heeft en dit juist verstaat, erkent het goddelijke van de Heer, leert waarheden uit het Woord van Hem, en leeft een leven van liefde en barmhartigheid volgens die waarheden. Zo’n mens is een bijzondere kerk; het geestelijk gezelschap dat wordt gevormd door allemaal zulke mensen is een bijzondere kerk. Degenen die het Woord niet hebben maar de éne God aanbidden, Zijn geopenbaarde wil gehoorzamen zoals zij die begrijpen en samen leven in een eenvoudige naastenliefde, vormen de universele kerk van de Heer. Deze kerk en de eerder genoemde vormen, vormen de Kerk van de Heer of de Universele Kerk van de Heer. Alle kerken die vóór de komst van de Heer bestonden, waren uitbeeldende kerken, die de goddelijke waarheden slechts als in een schaduw konden zien. Na Zijn komst in de wereld werd door Hem een kerk gesticht die deze waarheden wel kon zien.

ketterij

De definitie hiervan is opgesloten in de vermelding dat ketterij een lering is, die gescheiden is van de Kerk, want de essentiële dingen van de Kerk zijn: de erkenning van de Heer en van het Woord en het leiden van een leven van barmhartigheid. Slechts doctrines die hiervan tot afscheiding zouden kunnen leiden, kunnen terecht ketterij worden genoemd, daarom, andere dan deze, zelfs als die in conflict zijn met onderhavige mening, zijn slechts verschillen van mening of van interpretatie. Ketterij veroordeelt niemand, datgene wat veroordeelt is de bevestiging van het valse in een ketterij vanuit een boze liefde. Degenen die vanwege onbegrip in ketterij zijn, kunnen hervormd worden en gered als ze deze zaken niet bevestigen.

kuisheid

Deze term heeft een duidelijk onderscheiden betekenis van de gangbare betekenis. In het normale spraakgebruik heeft kuisheid de betekenis van: reinheid, zuiverheid, maagdelijkheid en ook het ongehuwd zijn. Hierdoor zou de kuisheid zijn waarde dus verliezen door het huwelijk. Deze definitie kan in de Werken niet worden gehandhaafd, omdat dit zou inhouden dat het lichaam ontaard is, en het huwelijk onzuiver. Bovendien wijzen deze betekenissen naar het lichaam, terwijl er wordt geleerd dat kuisheid in wezen een toestand van de geest is. Toch worden de termen kuis en onkuis toegekend aan het huwelijk en de zaken die daarmee verband houden. De echtelijke liefde, zo wordt gezegd, is de kuisheid zelf, en de term beschrijft de vereniging van een man met een vrouw, die beiden de Heer erkennen en hun liefde tot elkaar bepalen. Zo’n liefde is kuis omdat daarin een afkeer is van overspel. Dit onderscheid tussen kuis en onkuis is daarom veel innerlijker dan bij alleen maar lichamelijkheid. Vóór het huwelijk is kuisheid een juiste houding die de verbeelding en de houding beïnvloedt, namelijk een houding die ernstig zoekt naar een kuis en eeuwig één-zijn en alles wat daaraan tegengesteld is afwijst.

kwaad, boze

We zijn geneigd te denken over kwaad in termen van bepaalde woorden en daden, vooral die worden genoemd in de tweede tafel van de Tien Geboden, of van de lusten en begeerten waaruit ze voortkomen. Maar dit zijn slechts de uiterste, laatste vormen waarin het kwaad zich uitdrukt. Het kwaad op zichzelf beschouwd is de verwijdering van het goede en een scheiding van God, en zich tegenover de Heer en de hemel stellen. Het is de begeerte zichzelf te leiden en zich niet willen laten leiden door de Heer, en te ontkennen en vernietigen alles wat de Heer tracht op te bouwen. Kwaad is het tegenovergestelde van het echt menselijk goede, niet van het goddelijk goede; de Heer heeft macht over het kwaad, maar de mens heeft dat niet uit zichzelf. Bovendien is het kwaad niet alleen maar het afwezig zijn van het goede, zoals koude de afwezigheid is van warmte; de lering is dat het kwaad niets is in vergelijking met het goede, maar het is niet niets in zichzelf.

kwellen

Deze term wordt alleen gebruikt in verband met geesten die in de lagere aarde worden gekweld. Het is een beroering van het gemoed die door boosheden en valsheden die door de hellen die rondom zijn, worden ingebracht en de vorm van kwelling aannemen. Het resultaat is dat de eigen boosheden en valsheden verwijderd kunnen worden en goedheden en waarheden kunnen worden ingegeven en dat deze geesten in een staat kunnen worden gebracht waardoor ze tot de hemel kunnen worden verheven. Deze term verwijst dus naar een speciale ontwikkeling en wordt zo genoemd omdat er geen mogelijkheid bestaat om er aan te ontsnappen en omdat het verschijnt als iets overweldigends.


L  

lichamelijk

Dit begrip verwijst niet naar het stoffelijke lichaam zelf maar naar het laatste vlak van het gemoed. Dus het verwijst niet naar de lichamelijke zintuiglijkheid, maar naar dat laatste, uiterste gebied van het gemoed dat door de zintuigen werkt, en het verwijst naar de begeerten, genoegens en lusten van het lichaam. Iemand die alleen op dit vlak van deze uiterste dingen leeft, en het geestelijke in het lichamelijke daardoor heeft ondergedompeld, wordt een lichamelijk mens genoemd.

liefde (storgé)

Er is een universele liefde die noch goed noch boos is, maar die een van de twee wordt. Het is een instinctieve liefde, onvoorwaardelijk, zoals een ouder van een klein kind houdt en een dier van haar jongen. Het bestaat vanuit de liefde van de Heer als de Vader en van de meest innerlijke hemel als moeder van alle mensen. Het vloeit in door een algemene influx door de Heer en wordt ontvangen door de vrouw die het doorgeeft aan haar man. Het wordt opgewekt door de onschuld van het kind zijn. Onder voorwaarden volgens de orde houdt het op als de kinderen opgroeien, opdat ze in vrijheid mogen zijn, maar het duikt weer op met de geboorte van kleinkinderen.

liefde voor de Heer

Een begrip dat een bijzonder idee uitdrukt, specifiek voor de Werken en dat opvallend verschilt van de betekenis die de wereld er aan geeft. Het betekent niet een liefde voor de persoon van de Heer als gevolg van Zijn voorbeeld, lijden, en dood aan het kruis, maar een liefde voor de Goddelijke dingen die in Hem en van Hem zijn. Dus verwijst de term niet naar een persoonlijke genegenheid, zoals die impliciet is in het evangelische, christelijke idee over de Heer als metgezel, oudere broeder en vriend, maar naar een liefde die geestelijk is in oorsprong en uitgebreidheid. Het staat dus voor geloven in de leringen van de Heer en deze liefhebben en eerlijk doen wat goed is.

liefde voor de wereld

Deze term geeft een materiele liefde weer en de wens tot het zichzelf toe-eigenen door iedere listigheid van rijkdom en bezittingen van anderen. Dit is een liefde die ertoe leidt dat de mens zijn hart opent voor rijkdommen en de wereld toelaat hem weg te leiden van de hemel. Er is echter ook een juiste liefde voor de wereld, maar door wederverwekking wordt die onderworpen aan de liefde van de hemel. Dit is een belangrijke lering, omdat in de Werken wordt benadrukt dat het voor de mens niet nodig is de wereld af te zweren om het hemels koninkrijk binnen te kunnen gaan. De geestelijke mens blijft de wereld liefhebben, zoals hij ook zichzelf blijft liefhebben, maar zoals een meester zijn bediende liefheeft. De liefde voor de wereld is minder dodelijk dan de eigenliefde, maar in deze twee liefden liggen de wortels van alle kwaad.

limbus

De limbus is een rand of gordel die uit de fijnste dingen van de natuur is getrokken en die de mens behoudt na de dood om hem stevigheid, stabiliteit en duurzaamheid te geven aan zijn leven in de geestelijke wereld. Omdat het natuurlijk is, weliswaar gevormd uit de edelste dingen van de natuur, gaat de limbus de geestelijke wereld niet binnen, maar blijft in de natuur als een basis voor de onsterfelijkheid van de mens en omdat zijn karakter er in is gedrukt, is het de basis voor zijn overleving als individu. De limbus wordt ook wel omschreven als het huidachtig omhulsel of grensgebied, en de substanties waaruit het gevormd is, zijn de natuurlijke substanties van de geest.

losbandige liefde

Hiermee wordt bedoeld de liefde voor overspel, echtbreuk als dit niet als zonde wordt gezien, noch onjuist ten aanzien van de redelijkheid, maar juist acceptabel ten aanzien van de rede.
Ook wordt de term hoerse liefde hiervoor gebruikt. Dit is tegengesteld aan de echtelijke liefde, en zoals die liefde het wezen van de hemel is, zo is de overspelige liefde de essentie van de hel.


M   

mannelijk en vrouwelijk

Ofschoon we zouden kunnen vermoeden dat het verschil tussen de man en de vrouw meer is dan alleen biologisch, is het niet bekend wat het werkelijke onderscheid is of dat het zo diep ligt dat het onuitwisbaar in de ziel zelf is gedrukt. Volgens de Werken is het meest innerlijke van de man liefde en de bekleding ervan is wijsheid, het meest innerlijke van de vrouw is de wijsheid van de man en de bekleding is de liefde die uit die wijsheid voortkomt. Het mannelijke bestaat uit het opnemen vanuit het verstand en het vrouwelijke uit het opnemen vanuit de wil. Dit zijn de ideale definities, maar het onderscheid geldt in alle omstandigheden.

meditatie zie ook: reflectie

Meditatie is geen synoniem voor reflectie of nadenken, zoals het begrip in de Werken wordt gebruikt. Meditatie is een toestand of staat van de innerlijke gedachte van het verstand, wat de heersende liefde is die denkt. In deze toestand komt de mens als hij alleen is of in zijn eigen huis en zodoende in alle vrijheid. Het is die mentale activiteit waarin het verstand de intenties en plannen beschouwd of bespiegeld van de dominante liefde en de middelen wikt en weegt om die te bereiken. Het wordt gekarakteriseerd door het feit dat het in de mens wil en denkt wat hij werkelijk liefheeft. Meditatie zou moeten worden ontwikkeld als een middel om kennis te verkrijgen van de innerlijke mens en om die boosheden te ontdekken die verborgen blijven, zelfs door onszelf als we nooit alleen zijn.

Menselijk Wezen

Deze term komt voor in het leerstuk over de verheerlijking. Het verwijst naar iets dat de Heer aannam bij de geboorte van Maria, maar dat niet van haar was en ook nog niet goddelijk toen het werd aangenomen; het was een werkelijke menselijke aanvaarding waardoor de Heer de hellen kon overwinnen en dat Hij goddelijk kon maken. Het was een als-van-Hemzelf opneming van de goddelijke liefde en wijsheid, tot uiting gebracht in de wens om geleid te worden door het Goddelijke en waarheden te leren. Dit vormde in de Heer een vlak van menselijk bewustzijn, waarop Hij zich, als Hij in een staat van vernedering was, volledig gescheiden kon voelen van het Goddelijke, en vanuit Zichzelf kon vechten tegen de hellen en deze overwinnen. Dit wordt bedoeld met het Menselijk Wezen en dit werd verheerlijkt, zodat de Heer in plaats van een vermogen tot opname en ontvangst van het leven, werd tot het Leven Zelf in Zijn Menselijke.

moraal

Dit begrip omvat het gehele leven van de mens met zijn naaste in gezelschappen. Dus morele waarheden hebben betrekking op ieders leven ten aanzien van vriendschap en sociale betrekkingen, van wat is oprecht en rechtvaardig en op waarden van elke soort. Het morele goede, dat het menselijk goede is, is het redelijk goede volgens het leven van de mens met anderen als een broeder of als metgezel. Een moreel leven is goed te handelen, eerlijk en rechtvaardig in alle zaken; en morele wijsheid bestaat uit het uitoefenen van alle waarden die op het leven betrekking hebben en er in doordringen.


N    

naaste

De algemene en onderscheiden betekenis is duidelijk. Het algemene idee is dat het goede van de Heer de naaste is en als de mens het voorwerp is die het goede van de Heer opvangt, is de mens de naaste tot in de graad waarin hij dit ontvangt. De Heer, Zijn koninkrijk, de Kerk, het land, het menselijk ras, het gezelschap, de individu en zichzelf, zijn in afnemende graad de naaste en als een keuze moet worden gemaakt, wordt aan de hogere graad de voorkeur gegeven. Het goede ontleent de graden van de naaste in genoemde volgorde; het kwade uit het eigene. De betekenis van de naaste, zoals in de Werken wordt gevonden, roept op tot aanwending van een wijs onderscheid.

naastenliefde, barmhartigheid

Dit geeft een onpersoonlijke genegenheid weer, dat wil zeggen niet de liefde voor het proprium (het eigene) van anderen en wat daaruit voortkomt, maar de liefde voor het goede van de Heer in Zijn schepselen, wat dus mannen en vrouwen zijn. Het verwijst daarom naar de liefde voor het doen van nutten, wat de goede dingen zijn. Het betekent niet dat de liefde voor de naaste koud en abstract is, want wat we liefhebben in anderen is sowieso een kwaliteit van het gemoed en de daad, maar die liefde heeft een kwaliteit die alleen maar schijnt goed te zijn. Deze betekenis vraagt om een wijs onderscheid. In de huidige wereld, wordt naastenliefde vrijwel uitsluitend in termen verstaan van persoonlijke of georganiseerde hulp met betrekking tot materiële noden. Volgens de Werken echter, is naastenliefde helemaal geen handeling, hoewel het geen realiteit bezit zonder dat het werking krijgt in daden. Naastenliefde is goed willen, en goede daden doen is goed doen vanuit het goede willen. Op zichzelf is naastenliefde een innerlijke aandoening die bestaat uit de hartenwensen van de mens als de verrukking van zijn leven om zijn naaste goed te doen, zonder gedachten aan beloning of vergoeding. De essentie van naastenliefde is het goede voor de naaste te willen, aangedaan te worden door het goede, en het goede te erkennen als de naaste. Het leven in naastenliefde is het oprechte handelen, rechtvaardig en getrouw in de dagelijkse taak.

natuurlijk

Deze term geeft het uiterste weer, het laatste, de uiterste grens in elke reeks. Zo wordt de eerste of laagste hemel omschreven, de letterlijke betekenis van het Woord, en de uiterste graad van het menselijk gemoed en verder deze wereld en andere werelden waarop een schepping bestaat en eindigt. Het leven van de laagste of laatste graad van het gemoed, dat van de wereld is, wordt genoemd natuurlijk, en de mens die alleen op dat vlak van het leven leeft wordt een natuurlijk mens genoemd.

neiging, drang

In elke aandoening of gedachte, eigenlijk in ieder natuurlijk ding, is iets geestelijks, een voortdurend streven vanuit de geestelijke wereld om zich te tonen en te bestaan in vormen van nutten; hierdoor ontstaan de noodzakelijke acties en reacties. Dit streven is geen kracht of beweging, maar datgene wat kracht bezielt en opwekt en hierdoor beweging of werking; als dit streven niet aanwezig is, houden activiteit en werking op. In de mens is de neiging of drang de wil die verbonden is met het verstand; de levende krachten in de mens zijn die krachten die het lichaam innerlijk vormen en waarin overal aandrijvende zenuwvezels doorheen zijn gevlochten en deze levende beweging is de werking die door de met elkaar verbonden wil en verstand tot uiting komt. De geestelijke wereld is daarom de wereld van krachten en de natuurlijke wereld die van beweging.

Niceanische Synode

Synode te Nicea, noord Turkije, in het jaar 325. Twee oorzaken hebben de doctrine van de drievuldigheid van personen in omloop gebracht: de eerste was om de ergernissen van Arius te verstrooien, die de Godheid van de Heer loochende; de tweede was omdat de dingen die geschreven waren door Johannes de Evangelist niet werden begrepen.

Nieuwe Kerk

De Kerk die als laatste Kerk op aarde wordt en is opgericht en die bestaat uit alle mensen die de God van hemel en aarde vereren in het Menselijke van Hem en die leven volgens de geboden van de Decaloog. Dit zijn de twee wezenlijke dingen van de Nieuwe Kerk, waardoor verbinding is met de Nieuwe Hemel.

nut

We spreken van een beroep, een daad en hulp bieden als ‘nutten’. Ook wordt het gebruikt als synoniem voor een taak. Het Koninkrijk van de Heer is een koninkrijk tot in uitersten, wat nutten zijn.


O    

oneindig

Van het oneindige in zichzelf kan worden gezegd dat dit het goddelijke Zelf is of de Heer Zelf, maar het oneindige ervan is het goddelijk voortgaande ofwel de Heer in anderen door Hemzelf geschapen, dus in de mens en de engel; en dit Goddelijke is hetzelfde als de goddelijke Voorzienigheid. Er wordt gezegd dat over het oneindige niets kan worden meegedeeld, alleen dat het is. Hoewel, als we denken aan het karakteristieke van het eindige begin en eind, de innerlijke en uiterlijke begrenzingen, de waarden van ruimte en tijd en dergelijke, en die abstraheren, dan kunnen we onze ideeën hierover verruimen.

ongerechtigheid

De zondaar in een onjuiste verhouding tot God.

onschuld

Hiermee wordt bedoeld de bereidheid om te worden geleid door de macht van iemand anders en niet door de eigen macht. Geestelijke onschuld, of de onschuld van de wijsheid bestaat uit een innerlijke bereidheid om liever geleid te worden door de Heer dan door zichzelf. Het is de mens gegeven en het is het goddelijke goede dat werkt en de mens tot de hemel leidt.

Oorlogen van Jehovah - zie ook ‘Uitspraken’

Er was reeds een eerder Woord bij de Ouden, zoals dit bij Mozes wordt genoemd (Numeri 21:14,15; 27-30). De, als historie, vermelde gedeelten van dit boek worden ‘de Oorlogen’ genoemd, de profetische gedeelten ‘de Uitspraken’ In dat Woord, evenals in het onze, worden bedoeld en beschreven de gevechten met de hel en de zegen hierover in de tijd dat Hij op aarde zou komen.

openbaring

Als een openbaring van het goddelijke is, is het identiek met het Woord. In zijn uiterste vorm wordt het gedefinieerd als een algemeen receptakel waarin geestelijke en hemelse dingen worden ontvangen, en is daarom het middel waardoor de verbinding van hemel en aarde wordt bewerkstelligd. Verlichting is als het Woord wordt gelezen en begrepen.

Opstanding (verrijzenis)

De Heer maakte gedurende Zijn leven op aarde Zijn lichaam Goddelijk; dit is duidelijk vanuit het feit dat alleen Hij verrees uit de dood ten aanzien van het lichaam. Ook ieder mens verrijst na de dood weer in het andere leven; dit vindt plaats na enkele dagen nadat de lichamelijke dingen koud zijn geworden; de mens verrijst echter alleen naar zijn geest. Degenen die in het geloof-alleen zijn, kunnen alleen maar geloven dat zij zullen opstaan met het lichaam, aan het einde der tijden ofwel de dag van het Laatste Oordeel; deze gedachte is zo universeel omdat de natuurlijke mens denkt dat alleen het lichaam leeft. Omdat de mens in de christelijke wereld zo is, dus alleen in het lichamelijke leven gelooft, is het toegestaan dat men gelooft in een lichamelijke opstanding op een bepaalde Dag des Oordeels, anders had men de lering over de opstanding volledig verworpen.

orde

De orde zelf is de goddelijke waarheid die uitgaat van de Heer, want dit is het dat orde schept op elk niveau. Orde wordt gedefinieerd als de aard van de rangschikking, de richting en activiteit van de delen, substanties of essentiële eenheden, die de vorm van iets maken, waarvandaan de gesteldheid of hoedanigheid is. Dus als de substanties van het gemoed zo zijn gerangschikt, bepaald en geactiveerd om leven van de Heer te ontvangen, is het gemoed in de orde van zijn leven. Als dit niet het geval is, zeggen we dat het gemoed in een omgekeerde orde is. Met betrekking tot de orde van hun leven geldt dit ook voor alle andere schepsels.

overblijfselen

Met ‘overblijfselen’, worden bedoeld alle goede en ware dingen, samen met de begeleidende staten, die de Heer neerlegt in elk menselijk gemoed, zonder uitzondering, vanaf de prilste kinderfase tot en met de volwassenheid als basis voor wederverwekking. Ze worden zo genoemd omdat ze ook werkelijk de overblijfselen zijn van al de goede en ware dingen die vanaf de kindertijd in het gemoed zijn ingeprent. Het zijn de staten van: naastenliefde, onschuld, liefde en barmhartigheid die ermee verbonden zijn en ook van de staten van de begeleidende engelen. Alle overblijfselen worden door de Heer in het gemoed van allen gelegd en bewaard omdat die essentieel zijn voor wederverwekking. We kunnen ervaringen doormaken waarin overblijfselen kunnen worden ingelegd, maar we doen het inleggen niet zelf. Vaak is iets dat wordt gezien als een inleggen van overblijfselen niet meer dan het opbouwen van gewoonten en bepaalde houdingen.

overeenstemming, correspondentie [zie: bijlage]

Deze term dekt een fundamentele lering die in de Werken veel voorkomt. Het basisidee is eenvoudig uit te leggen. Een overeenstemming is zowel een causale als een functionele relatie tussen het Goddelijke en het geestelijke of tussen een geestelijk en een natuurlijk iets. Als een natuurlijk voorwerp, een handeling of verschijnsel de uitwerking of het effect is waarvan iets geestelijks de oorzaak is, en als die twee overeenkomstige nutten uitvoeren, respectievelijk voor het lichaam en de ziel, wordt hiervan gezegd dat ze in overeenstemming zijn. Het natuurlijke is in overeenstemming met het geestelijke, ofwel het natuurlijke is het overeenkomende. Overeenstemming is daarom ook de wet of wijze van influx of invloeiing. Anders gebruikt, betekent het een overeenstemming die influx mogelijk maakt, zoals waar gezegd wordt dat het uiterlijk gemoed teruggebracht moet worden om te kunnen overeenstemmen met het innerlijk gemoed. Als een natuurlijk iets zijn oorzaak op een ander niveau vertegenwoordigt en in een andere vorm, dan wordt het voorstellend genoemd. Het voorstellende is echter niet, per definitie, datgene wat wordt voorgesteld. In zijn algemeenheid hebben dingen een overeenkomst; personen en hun handelingen, in het Woord, stellen voor; en de woorden in de Schrift die de symbolen zijn voor dingen, personen en handelingen, hebben betekenis.


P    

passief

Deze term wordt in de Werken gebruikt om dingen aan te duiden die dood zijn, dat wil zeggen, die niet uit zichzelf kunnen handelen maar kunnen worden geactiveerd door de influx van het leven van de Heer. Het passieve kan zowel ontvangen als reageren; beide zijn noodzakelijk en de relatie tussen het actieve en het passieve wordt aangeduid in de lering dat de ogen en de oren passief zijn, terwijl de ether en de lucht actief zijn. Passief betekent dus niet willoos; het willoze dat alleen maar passief is verdrijft de influx.

profaneren, ontheiligen, ontwijden

Profaneren is het ontkennen van de Heer, het Woord en het eeuwige leven nadat de mens dit eerder innerlijk erkend had, of er nog steeds in gelooft, maar een leven leidt dat hieraan tegengesteld is. De belangrijkste hoedanigheid van profanatie is dat het als gevolg heeft dat goed en kwaad, waarheid en het valse, zo onontwarbaar vermengd worden in de innerlijke delen van het gemoed dat ze niet gescheiden kunnen worden. Het resultaat is dat de mens noch naar de hemel noch naar de hel kan gaan. De wedergeboren mens heeft zowel het goede als het boze in zich, maar die zijn gescheiden; het goede en het ware in het innerlijk gemoed en het boze en valse in het uiterlijke gemoed. Alleen zij die het ware kennen, kunnen ontheiligen, en onder hen doen alleen degenen dit die eerst erkennen en dan ontkennen.

proprium

Eigenlijk is er geen goede vertaling voor dit begrip. Er worden wel de volgende woorden gebruikt: eigen, eigenheid, zelf, ikheid, maar deze woorden zijn niet alleen gemaakt, maar tevens onjuist, daar de mens niets van zichzelf heeft. De eenvoudigste definitie is misschien dat het proprium van de mens is het leven dat van hemzelf schijnt te zijn en van niemand anders, het leven dat hem onderscheid van ieder ander mens en hem een uniek individu maakt. Als dit leven invloeit vanuit de hel, wordt het een hels proprium, komt het leven van de Heer door influx door de hemelen, wordt het een hemels proprium. Bij beide vloeit het leven in, maar het feit dat het wordt gevoeld als voortkomend uit de mens zelf, maakt dit het proprium.


R    

receptakel, opnemend orgaan - zie: vat.

rechtvaardigheid zie ook: gerechtigheid, rechtschapenheid, gericht, oprecht

Rechtvaardigheid heeft betrekking op de goedheden van de naastenliefde. De rechtvaardigen zijn degenen die met de naastenliefde zijn begiftigd en dus in de goedheden daarvan zijn. 'De rechtvaardigen zullen blinken gelijk de Zon in het koninkrijk van Mijn Vader', (Mattheüs 13:43).

rechtschapenheid/oprechtheid zie ook: rechtvaardigheid, gerechtigheid, gericht, oprecht

Rechtschapenheid heeft betrekking op de waarheden van de naastenliefde. Rechtschapenheid betekent het ware dat uit de naastenliefde voortkomt, want er bestaan ook andere bronnen voor het ware. Hetgeen echter uit het goede van de naastenliefde van de Heer komt, dat wordt rechtschapen en een rechtschapen mens genoemd. Rechtschapen is degene die het ware vanuit de naastenliefde spreekt en doet. De woorden oprecht en oprechtheid behoren eveneens tot het ware. Rechtvaardig wordt hij genoemd die het goede doet, en rechtschapen hij die daaruit het ware doet, en dit is eveneens gerechtigheid en gericht doen. Heiligheid en gerechtigheid is het hemelse van het geloof; rechtschapenheid en gericht in het geestelijke daaruit.

redeneren

Het proces van redetwisten, debatteren of het goddelijke en geestelijke dingen bestaan waarin diegenen zich uitleven die innerlijk twijfelen en ontkennen en die deze dingen benaderen vanuit een zinlijke en wetenschappelijke manier. De redenering, die altijd de principes van de mens begunstigt, neemt de plaats in van begrijpen of verstaan bij degenen die niet zijn wedergeboren.

redelijke

Vanuit de ziel vormt zich het vermogen van het redelijk gemoed, waartoe het begrijpen en het willen behoort. Het redelijke of de redelijke mens behoort tot de uiterlijke mens en is op zich een middelaar tussen de innerlijke en de uiterlijke mens; want de innerlijke mens werkt door het redelijke in het lichamelijke uiterlijke; het is de intelligentie van de uiterlijke mens. De Heer vloeit in door de intelligentie (zie daar) in het redelijke van de mens en door dit redelijke in het wetenschappelijke van zijn geheugen; het innerlijk geheugen is van de redelijke mens. Redelijke dingen zijn eigenlijk waarheden en het werkelijk redelijke, bestaat uit het ware waarin de aandoening van het goede, als de ziel ervan, aanwezig is. Erkentenissen zijn de middelen waardoor een mens redelijk kan worden: zijn eerste redelijke; dan geestelijk: zijn tweede redelijke en tenslotte hemels. Het redelijke is er niet vanaf de geboorte, alleen de mogelijkheid om redelijk te worden; het redelijke wordt niet geboren uit kennis en erkentenissen, maar vanuit de aandoening van kennis en erkentenissen. Een mens heeft geen redelijke omdat hij kan argumenteren tegen het goede en ware, maar wanneer hij wil en kan onderscheiden wat goed en wat waar is en zijn uiterlijke op die wijze kan onderwerpen. Alle natuurlijke intelligentie komt voort uit het redelijke van de mens en voordat het geestelijk gemoed geopend kan worden moet eerst zijn redelijke opgroeien en dit gebeurt door erkentenissen en morele waarheden.

reflectie - zie ook: meditatie

Dit begrip dient onderscheiden te worden van meditatie, wat het denken van de heersende liefde is. Het kan op drie manieren worden onderscheiden: in de handeling: reflectie is een mentale werking waarbij het verstand, als van bovenaf, de uiterlijke handelingen en het functioneren van het lichaam afweegt en overdenkt. In de uitwerking: is het een mentale kijk op de dingen die het verstand raken door de zintuigen van het lichaam en het beziet de kwaliteit ervan. In wezen: is het het bewustzijn en dus het essentiële van de gedachte en aandoening of gevoel. Het is daarom het vermogen waardoor alle menselijke zaken tot de mens komen en zonder dit zou hij helemaal geen mens zijn.

religie

Het woord religie doet vaak denken aan een systeem van geloof, wat men aanneemt zonder het te praktiseren. Vaak wordt stilzwijgend aangenomen dat het er niet doe doet welk systeem men aanvaardt, als het maar voldoet en als iemand maar goed leeft. Men blijft hardnekkig bij het idee dat religie bedacht is door mensen uit noodzaak om wonderen te verklaren of om met angst om te gaan. Het wezenlijke idee echter, is dat ware religie is geopenbaard en tot het leven behoort, maar een leven volgens de ware leringen. Het geloof en het leven kunnen niet worden gescheiden; de Werken onderwijzen dat de mens niet anders kan leven dan hij werkelijk gelooft of anders gelooft dan hij liefheeft en leeft.

S    

sacramenten

De twee sacramenten: de Doop en het Heilig Avondmaal of de Heilige Communie zijn correspondenties van geestelijke dingen met natuurlijke dingen. Deze twee sacramenten zijn in geestelijke zin de heiligste dingen van de eredienst.

schepping

Jehova God heeft door de Zon, in welks midden Hij is, de geestelijke wereld geschapen en door deze de natuurlijke wereld. De geestelijke wereld is ontstaan en blijft bestaan vanuit haar Zon, en de natuurlijke wereld door de hare. De Zon van de geestelijke wereld is zuiver liefde uit Jehova God, die in het midden daarvan is, de zon van de natuurlijke wereld is zuiver vuur. In de geestelijke wereld bestaat de voorstelling van een voortdurende schepping, aangezien alle dingen die daar ontstaan, uit Jehova God in één ogenblik worden geschapen. De schepping is geschied vanuit de Goddelijke Liefde door de Goddelijke Wijsheid. Het einddoel zelf van de schepping is een engelenhemel vanuit het menselijk geslacht.

schijn, naar de schijn, verschijning

In het dagelijkse spraakgebruik worden deze woorden gebruikt om een illusie te beschrijven, of iets dat anders is dan de realiteit, maar de in de Werken worden deze in nog twee verschillende betekenissen gebruikt. 1) Het Goddelijke zoals het in Zichzelf is kan niet worden begrepen door enig eindig gemoed. Pure waarheid bestaat nooit, noch bij een engel noch bij een mens. Daarom wordt de goddelijke waarheid in het Woord gepresenteerd, niet zoals het in Zichzelf is, maar zoals het wordt gezien door engelen en mensen vanuit hun verschillende maar eindige gezichtspunten. In het geval van de mens, overeenkomstig zijn staat, en vooral door de begeerten van zijn zintuigen, en dus in vormen van zinlijke en menselijke oorsprong, wordt de idee opgewekt dat goddelijke dingen hetzelfde zijn als menselijke. Deze aangepaste presentatie van goddelijke waarheden worden ‘verschijningen’genoemd en ze worden zo genoemd, niet omdat ze illusies zijn, maar omdat ze werkelijke waarheden oproepen. In andere woorden; het zijn verschijningen van de waarheid. 2) In de geestelijke wereld schijnt zich soms voor geesten een situatie te wijzigen en ze schijnen soms afstanden te overbruggen terwijl ze dat niet doen. Deze veranderingen naar de schijn worden verschijningen genoemd omdat ze niet werkelijk zijn. Verwante uitdrukkingen zijn: ‘werkelijke verschijningen’ en ‘niet werkelijke verschijningen’. De hemelse verschijnselen zijn werkelijke verschijningen omdat ze werkelijk bestaan en corresponderen met de staten van de engelen en zijn zo bestendig als maar mogelijk is. Het zijn in wezen verschijningen van de werkelijkheid. Maar de verschijnselen van de hel zijn ‘niet werkelijke verschijningen’, omdat als ze worden gezien in het hemelse licht er volledig anders uitzien.

sfeer

Elk menselijk wezen is omhuld door een uitstroming van de liefde van zijn leven- een karakteristieke invloed van de dingen die hem eigen zijn. Deze uitstroming of aura wordt bedoeld in de Werken door een sfeer. Het is als het ware een uitbreiding van de mens zelf. Hoewel op aarde niet gewaar te worden, onthullen deze geestelijke sferen de kwaliteit van iemand in de andere wereld en ze vormen de bases voor verbindingen en uiteengaan.

substantie - substantieel

Letterlijk betekent dit woord ‘staan onder’, en draagt ook het idee in zich van waaruit de substantie is. Het Goddelijke is het Wezenlijke Zelf, de Substantie Zelf, en hieruit bestaan alle dingen. Alles wat onder de geestelijke Zon bestaat en boven de natuurlijke zon, is geestelijk en alles wat onder de natuurlijke zon staat is natuurlijke substantie. In wezen is de goddelijk substantie liefde, geestelijke substantie is de ijver voor de handeling en natuurlijke substantie is beweging en handeling. Geestelijke substantie is zowel organisch als iets wezenlijks, en het bestaat door invloeiing van de Heer, waarna het eveneens invloeit in het natuurlijke. Geestelijke substantie is leven omdat haar wezen liefde is; natuurlijke substantie, materie, is dood omdat haar wezen slechts vuur is, waardoor het niets tot leven kan brengen, het kan alleen maar reageren.

T    

toe-eigenen

Zich iets toe-eigenen is iets van zichzelf maken vanuit een vrije staat volgens de rede. De relatie van dit woord tot eten en drinken geeft het wezenlijke van het idee weer. Door deze processen neemt de mens uit eetlust, begeerte, het voedsel tot zich. Hij bereidt het voedsel voor, absorbeert het, assimileert het, waarbij het wordt omgezet en de voedzame delen in zijn lichaam als bouwstenen worden toegevoegd. Geestelijk eigent de mens zich alles toe wat hij opneemt vanuit zijn liefden en daarmee bouwt hij de structuur van zijn gemoed en leven. Dus wat hij ook wil, denkt, doet en zegt vanuit zijn liefde, zal hij zich toe-eigenen, zowel het goede als het slechte en wordt dan ook toe-eigenen genoemd, hoewel slechts hetgeen in vrijheid is toegeëigend, blijft.

toegeeflijkheid

Alle kracht van handelen is van de Heer; maar wat wordt gedaan door engelen, geesten en mensen is dichterbij of verderaf van de Heer in die mate dat ze de intentie hebben om zich te voegen naar Zijn wil, of het doel hebben om juist daartegen in te handelen. Er zijn vier duidelijk onderscheiden kwaliteiten van handeling. Wat gedaan wordt uit liefde tot de Heer en tot de naaste is vanuit de wil. Alles wat gedaan wordt uit dezelfde liefde, maar alsnog gekenmerkt wordt door de nog actieve staten van het proprium, is uit welbehagen. Wat gedaan wordt door degenen die innerlijk slecht zijn, maar met het doel van het natuurlijk goede, is uit verlof. Maar wat gedaan wordt door de bozen met het opzettelijke doel om kwaad te doen, wordt gedaan vanuit toegeeflijkheid. Toegeeflijkheid sluit altijd twee zaken in. De Heer geeft alleen toe aan de bozen die Hij kan ombuigen naar een goed doel en dat op een nadere manier niet te bereiken is; en Hij wil het kwade niet noch werkt Hij er aan mee. Hij alleen kan toegeven en niet willen in de geringste mate, of zelfs berusten in het boze dat wordt toegestaan.

toerekening

De intentie waarmee een daad wordt begaan wordt toegerekend; aan een slecht mens wordt het boze toegerekend en aan een goed mens het goede. De toerekening van het boze is geen straf of vergelding of genoegdoening, maar het komt voort uit het kwaad zelf. De toerekening van het goede vindt op een dergelijke wijze plaats bij degenen die in de wereld hebben erkend dat al het goede van de Heer komt. Kwaad dat gedaan wordt uit onwetendheid of door een overheersende begeerte wordt niet toegerekend. Het handelen van de mens wordt toegerekend als gevolg van zijn vrije wil en zijn kennis van goed en kwaad. Dat de mens gerechtvaardigd wordt door de gerechtigheid van de Heer die aan hem wordt toegerekend, heeft geleid tot het geloof in voorbeschikking en ontkent dus de vrije wil van de mens in geestelijke dingen en verklaart dus de naastenliefde niet meer te zijn dan iets bijkomstigs.

 


U    

uitspraken (de) - zie ‘het Woord’ en ‘de Oorlogen’

uitverkoren zie ook: Joodse geloof .

Met ‘uitverkoren’ wordt niet bedoeld dat enigen door voorbeschikking worden uitgekozen, maar degenen die met de Heer zijn en een leven leiden in en met de Heer. Zij die in de uiterlijke dingen van de Kerk zijn worden genoemd ‘geroepenen’ , zij die in de innerlijke dingen zijn worden genoemd ‘uitverkorenen’, en zij die in het meest innerlijke zijn worden genoemd ‘getrouwen of gelovigen’. Het is wonderbaarlijk dat iemand kon geloven dat de Joodse natie was uitverkoren boven alle andere volkeren. Daardoor hebben velen er zich in bevestigd dat het leven niets doet, alleen de uitverkoring. De uitverkorenen zijn degenen die een leven leiden van het goede en het ware, dus volgens de goddelijke Orde.


V    

vals, het valse

Deze term wordt vaak in de Werken gebruikt, en er zijn verschillende betekenissen afhankelijk van de verschillende wijzen waarop het wordt gebruikt. Het valse is alles wat tegengesteld is aan de waarheid, en valsheden die de oorsprong vormen en de overreding van wat vals is, zijn wetenschappelijkheden, die lijken op wat redelijk is en verstandig, maar zijn dus misleidingen. In het algemeen kan men zeggen dat er twee soorten valse, of valsheid zijn: valsheid uit het boze, en valsheid die het boze produceert. Met het eerste wordt bedoeld dat alles wat een mens denkt terwijl hij in het kwaad is, zijn kwade begunstigd. Met het laatste wordt bedoeld elk principe dat gegrond is in de religie van een mens en dat hij gelooft waar te zijn, maar wat onjuist, vals is, zal uiteindelijk leiden tot het kwade als het wordt aangewend in de daad. Valsheden uit wellustige begeerten bevestigen de dingen van de wereld en haar pleziertjes. Het valse uit onwetendheid bestaat bij hen die in het goede van het leven zijn, maar zonder dat het hun is aan te merken, zonder waarheden leven. Wat tegengesteld is aan de waarheid is het valse, maar waarheid aangewend om het kwade te rechtvaardigen en te bevestigen is datgene wat is vervalst. Dwaalbegrippen en drogredenen zijn valsheden waarmee de boze dingen zich verbinden.

vat, receptakel

Met vat, receptakel of opnemend orgaan wordt de meest essentiële vorm van de mens bedoeld. De mens is een ontvanger van het leven uit de Heer en de term wordt daarom gebruikt voor de wil en het verstand, het redelijke en het natuurlijke en de vormen waaruit ze bestaan. Dit ontvangen is niet een willoos gevuld worden, zoals een vloeistof die in een glas of beker wordt geschonken, maar dat van een organische vorm die reageert op een influx die er tegenaan stoot en er voor of tegen reageert in vrijheid en verantwoordelijkheid. Het is zoiets als het oog reageert op licht of het gehoor op een geluid. De influx is niet eindig in haar werking, zoals in de schepping, maar de ontvangst door de mens is eindig.

verdienste

Gewoonlijk heeft ‘verdienste’ een positieve betekenis. Het staat voor goedheid en waarde en gedrag dat eer en bewondering verdient en wordt ook omschreven als verdienstelijk. In de Werken echter wordt van diegenen gezegd dat ze verdienste zoeken die aannemen dat ze goed kunnen doen vanuit zichzelf en de hemel kunnen eisen als beloning die ze verdiend hebben en waar ze recht op menen te hebben; hun werken zijn dus verdienste-zoekend.

verdoemd

Er zijn er in de verschillende kerken die denken dat degenen die buiten de kerk zijn verdoemd worden. Zo wordt zelfs iemand van een andere religie daarom verdoemd, zelfs tot de hel. Maar hij die in het goede van het leven is, verdoemd de ander niet omdat hij andere gevoelens heeft, deze zal in zijn hart zeggen dat onwetendheid nooit kan verdoemen. Als de mens in het proces van wedergeboorte is en in een staat van ontreddering en verlatenheid, is er geen sprake van verdoemenis, maar van de angst daarvoor. Niemand wordt verdoemd, totdat hij zelf erkent en er innerlijk van overtuigd is dat hij in het kwade is en er volslagen ongeschikt voor is om in de hemel te zijn.

vereniging, verbinding

Alleen in de Werken komen we deze term tegen (verbinding met de Heer), niet als een mystieke staat, maar als een staat die redelijk kan worden begrepen. Een gewone liefde, gedachte en doel zijn zaken die mensen tot elkaar brengen. Met ‘verbinding met de Heer’, wordt bedoeld een staat. waarin de mens de liefde van de Heer ontvangt als het goede in zijn wil, en Zijn wijsheid ontvangt als waarheid in zijn begripsvermogen en dit als nut toepast in het eindige, zoals de Heer dit toepast in het eeuwige. Het is een staat waarin de Heer in de mens is als de bron van zijn goede willen, de waarheden die hij denkt en de nutten die hij doet. En de mens is in de Heer omdat het goede het ware de Heer zijn en van Hem zijn. We kunnen de volgende termen onderscheiden: vereniging, verbinding en vergezelschapping. Vereniging wordt gebruikt als twee, één worden, en dit wordt dan ook gereserveerd voor de relatie van het goddelijke en het menselijke in de Heer na zijn verheerlijking. Het wordt ook gebruikt voor het echtelijke huwelijk waarin het gemoed van man en vrouw één wordt. Verbinding wordt gebruikt om de relatie van de wedergeboren mens met de Heer te beschrijven. Hierin wordt de mens een opnamevat van het leven, terwijl de Heer door vereniging met het goddelijke, het leven zelf werd in de menselijke. gemeenschap. Vergemeenschapping of vergezelschapping beschrijft de relatie van de wedergeboren mens met de engelen als zijn broeders.

verheerlijking

Verheerlijken is goddelijk maken, De verheerlijking was dus het proces waardoor de Heer, op de niveaus van het redelijke, natuurlijke en zinnelijke gemoed en van het lichaam, geleidelijk het alleen maar menselijke afwierp en het Menselijke van het Goddelijke opnam. Het houdt ook in  dat Hij deze staten van het gemoed bracht in een oneindig perfecte correspondentie met het Hoogste Goddelijke, zoals dat van een goddelijke geest en lichaam met een goddelijke ziel. Dus refereert de uitdrukking ook aan het grondvesten van een goddelijk bewustzijn in de Geest van de Heer, en naar het proces, waarbij Zijn lichamelijke van een ontvangend vat van het leven, het Leven Zelf werd. Als verheerlijken van de Heer van de mens uitgaat, is het lofprijzen, geestelijke verheffing en verering vanuit een oprecht hart.

verlangen (zie ook: begeren)

Dit woord wordt gebruikt om een verschil aan te duiden. De afleidingen van helse liefden zijn aandoeningen van het kwaad en het valse en deze worden genoemd ‘begeerten’. Om deze duidelijk te onderscheiden van de afleidingen van hemelse liefden, wat de aandoeningen van de goede en de ware dingen zijn, worden deze ‘verlangens’genoemd. In het gewone spraakgebruik heeft verlangen soms een negatieve bijbetekenis, maar in de Werken is er een duidelijk onderscheid.

Verlating

Verlating betekent, wanneer de ware dingen ontbreken en verwoesting wanneer de goede dingen ontbreken; op vele plaatsen in het Woord wordt over die verlating en verwoesting gehandeld en het wordt daar beschreven met: de verlating des lands, der koninkrijken, der steden, der natiën, der volken, en het wordt eveneens genoemd: uitlediging, afsnijding, voleinding, het woeste en het ledige; en die staat zelf wordt genoemd: de grote dag van Jehovah, de dag van Zijn ontsteking en wraak, de dag van duisternis en van dikke duisternis, van de wolk en van de donkerheid, de dag der bezoeking en ook de dag wanneer de aarde zal vergaan, en dus de laatste dag en de dag des Gerichts; en omdat men de innerlijke zin van het Woord niet verstond, heeft men tot nu toe gemeend dat het een dag is waarop de aarde zal vergaan en dat dan pas de wederopstanding en het Gericht zullen plaatsvinden, omdat men niet weet dat met de dag daar de staat wordt aangeduid en met de aarde de Kerk en dus met 'de dag wanneer de aarde zal vergaan' de staat wanneer de Kerk te gronde zal gaan; daarom wordt in het Woord, wanneer over deze ondergang wordt gehandeld, ook over de nieuwe aarde gehandeld, waaronder een nieuwe Kerk wordt verstaan. Die laatste staat van de Kerk, die aan de staat van de nieuwe Kerk voorafgaat, wordt in het Woord eigenlijk onder de verwoesting en de verlating verstaan en daarmee beschreven; met de verlating en de verwoesting wordt in het Woord ook de staat beschreven die aan de wederverwekking van de mens voorafgaat.

verlichting

Als iemand die de waarheid liefheeft omdat het de waarheid is en het Woord leest met het doel om de waarheid te begrijpen en om goed te doen, vloeit geestelijk licht in van de Heer door de hemel in zijn verstand. Het werpt een nieuw licht op de vergaarde kennis en maakt het hem mogelijk om waarheden te zien die hij eerder niet zag en die te erkennen vanuit een innerlijke overtuiging. Dit proces wordt bedoeld met verlichting. Verlichting is dus niet een innerlijke openbaring, het schenkt geen nieuwe kennis, maar plaatst de kennis die reeds aanwezig is in een nieuw licht en voert hem zo tot een nieuwe waarheid.

Verlosser

De Verlosser en Redder van de wereld is niemand anders dan de Heer voor wat betreft Zijn goddelijk Menselijke, wat de Zoon wordt genoemd. Jehova God nam het Menselijke aan, opdat Hij, in de volheid der tijden, de tijd dat Hij op aarde kwam en het dieptepunt was bereikt voor de geest van de mens, Verlosser en Zaligmaker worden zou.

verlossing

De verlossing door de Heer was de onderwerping van de hellen en de ordening van de hemelen, en zo de voorbereiding tot een nieuwe geestelijke Kerk. Zonder deze verlossing had geen mens behouden kunnen worden, noch hadden engelen in hun staat van gelukzaligheid kunnen blijven bestaan. De Heer heeft niet alleen de mensen maar ook de engelen verlost. Deze verlossing was een zuiver Goddelijk werk en had niet anders kunnen geschieden dan door de vleesgeworden God. Het lijden aan het kruis was dus niet de verlossing, hoewel, het was de laatste verzoeking van de Heer en was het middel tot verlossing vanwege de verheerlijking.

verlosten

Degenen die zijn hervormd en wedergeboren, worden verlosten genoemd omdat ze bevrijd zijn van de boze dingen en de valsheden door de wederverwekking en zijn verbonden met de Heer. Dat de mens verlost moet worden van het kwade en het valse is omdat deze dingen bij de mens hun oorsprong in de hel hebben; dus wordt hij verlost van de hel.

verrukkingen, verkwikkingen, genietingen

Die uiterlijke goede dingen die zich op het natuurlijk vlak afspelen, en die gevoeld worden als aangenaam en waarvan men geniet, als innerlijke goede dingen in die bepaalde staat of toestand van het gemoed invloeien. Dit is zo gedaan om ze te onderscheiden van de innerlijke goede dingen van de liefde en de aandoeningen die invloeien en deze opwekken. Tevens wordt deze term gebruikt om het geheel van het leven aan te duiden bij hen die in de hemel zijn en bij hen die in de hel zijn. Bij de hemelsen is dit het goede en het ware, bij de helsen is dit kwaad en het valse. Wat er bedoeld wordt met ‘het geheel van het leven’, kunnen we zien als we beschouwen dat in elke noodzakelijke daad iets aangenaams is, waardoor de actie misschien zonder dit aangename niet zou worden gedaan, of nagelaten of zonder levensvuur wordt gedaan. Om deze reden wordt verrukking ook omschreven als een middel waardoor, maar niet waarmee, nuttige dingen worden gedaan

verwoesting

Dit proces wordt uitgevoerd in de wereld der geesten, waarbij de uiterlijke boosheden en valsheden die bij de goeden zijn overgebleven worden gescheiden. Zo worden ze voorbereid op de hemel en het schijnheilige goede en de louter kennis van waarheden wordt weggenomen van de bozen zodat ze voorbereid worden op de hel. Het laatste wordt soms vernietigen genoemd om het te onderscheiden van het eerste. Men zegt van de kerk dat zij verwoest is als er niets van naastenliefde en geloof is overgebleven.

verzoeking

De verbinding van de geestelijke mens met de natuurlijke en andersom, geschiedt door verzoekingen. De laatste verzoeking van de Heer was het lijden aan het kruis. Hierdoor verheerlijkte Hij Zijn Menselijke. Bij de mens betekent een verzoeking niet de impuls om het boze te doen, maar het refereert naar een aanval op de dominante liefde, die hem verzoekt en hem test. Het is een innerlijk conflict waarin zijn vrije reactie zichtbaar wordt en zijn karakter opbouwt. Volgens de kwaliteit van zijn liefde, is een verzoeking hemels, geestelijk of natuurlijk. De natuurlijke verzoeking is eigenlijk niet een echte verzoeking, hoewel het een voorbereiding kan zijn. Een verzoeking kan ook op het vlak van de intelligentie liggen of op het vlak van de wil, deze laatste is heviger.

verzoening

Er wordt gezegd dat God Zich had afgewend van het menselijk ras en dat Zijn Zoon verzoening bereikt heeft door het lijden aan het kruis, waardoor het menselijk ras gered kon worden. Dit is echter volgens de letterlijke zin, waar later een kerkelijk leerstuk van is gemaakt. Echter dit leerstuk is tegen het Goddelijke Zelf, want het Goddelijke wendt Zich van niemand af, want Hij bemint allen en verlangt de zaliging van allen. De Zoon die geleden heeft, was en is de eeuwige God die in het vlees was gekomen. Met ‘onze verlossing door Zijn bloed’, wordt in innerlijke zin bedoeld, dat we verlost kunnen worden door het Ware of de goddelijke Wijsheid uit Hem. Het belangrijkste ware is de erkenning van de Heer, dat Zijn Goddelijke in het Menselijke is, en dat door Zijn almacht het menselijk ras gered kon worden. Door deze erkenning wordt de mens verbonden met God, want de Zoon en de Vader zijn één, zoals Hij zelf zegt.

vleeswording

Vóór de vleeswording was er niet enig Goddelijk Menselijke dan alleen een uitbeeldend door een engel, die door Jehova de Heer werd vervuld met Zijn Geest.

voleinding

De voleinding of voltooiing geeft de staat of toestand aan als het kwaad zijn hoogtepunt bereikt, met name aan het einde van een religieuze ordening, die komt als er geen naastenliefde of geloof meer is omdat de kerk volledig van de Heer is afgekeerd. Dit einde is geestelijk en de kerk is zich dat niet bewust en kan daarom worden voortgezet als een organisatie ofschoon het aan haar einde is gekomen om nutten uit te oefenen die bij de kerk behoren. De voleinding der eeuw is de laatste tijd van de Christelijke Kerk. Hierna ontstaat een Nieuwe Kerk; na de nacht volgt de morgen, en de komst van de Heer is deze morgen.

voorbeschikking, predestinatie - zie ook: vrije keuze

Uit de toelating van het boze blijkt duidelijk dat de mens een vrije keuze heeft in geestelijke dingen. Zonder de vrije keuze zou het Woord niet van enig nut zijn en bijgevolg de Kerk niets zijn. Zonder de vrije keuze zou God de oorzaak van het boze zijn, want er zou geen toerekening zijn van het goede en het kwade, maar alleen een voorbeschikking. Maar het Woord leert ons toch het volgende: ‘Wast u, reinigt u, doet de boosheid van uw werken weg, leert het goede te doen (Jesaja 1:16,17), en ‘Hij zal vergelden eenieder naar zijn daden’ (Matthéüs 16:27), en ‘hun werken volgen hun na’, en nog op talloze andere plaatsen leert ons de Heer het goede te doen en het kwade na te laten: ‘Die Mijn geboden heeft, en dezelve doet, die is het, die Mij liefheeft, en Ik zal hem liefhebben’. Hiermee wordt het begrip voorbeschikking zinloos, tenzij men hieronder verstaat dat alle mensen zijn voorbeschikt om zalig te worden.

vooruitzien

Deze term wordt in de Werken gebruikt voor een bepaalde werking van de goddelijke voorzienigheid. Er wordt alleen in het goede door de Heer voorzien, desondanks kent hij alle kwaad reeds voor het gebeurt en neemt er maatregelen tegen. Deze voorkennis van de boze dingen is het wat bedoelt wordt met het goddelijke vooruitzien. Het is voor de Heer hetzelfde wat voorzichtigheid is voor het menselijk ras, met het duidelijke verschil dat het is: oneindig, onfeilbaar en het is niet voortdurend aangroeiend maar tegelijkertijd. Het goddelijke vooruitzien mengt zich niet in of bepaalt niet de menselijke vrijheid. De Heer ziet niet vooruit wat zal gebeuren omdat Hij beslist heeft wat zal gebeuren; Hij ziet vooruit wat een mens in zijn vrijheid zal doen. Het begrip zelf is een aanpassing aan het eindige verstand, want alle dingen zijn voor Hem tegenwoordig en er is geen verleden of toekomst. De Heer ‘kijkt niet om’.

voorzienigheid

De term ‘Goddelijke Voorzienigheid’, sluit alles in wat door de Heer wordt gedaan, en wat oneindig en eeuwig is. Het is het bestuur en leiding van de Goddelijke liefde en wijsheid in de geestelijke wereld en op aarde, en het bestaat uit de onderhouding van de schepping ten behoeve van de nutten van de mens en in ieder goddelijk werk wat te doen heeft met de verlossing van de mens. Het wordt gezegd van de voorziening van het goede, en het leidt tot het goede en beschermt tegen het kwaad, maar omdat het goede werkt door het ware, is het ook de goddelijke wijsheid. In de werking is het de influx van de Heer, zowel door de hemelen als rechtstreeks van Hem. Het heeft effect op het voortbrengen door de sferen van nutten van de schepping en de bescherming van wat is geschapen. Als het wordt ontvangen is het de goddelijke werking in de mens die de eigenliefde bij zich heeft verwijderd. In het algemeen, houdt de voorzienigheid in stand wat volgens de orde is en streeft ernaar te herstellen wat niet volgens de orde is. De Heer toont of zegt nooit rechtstreeks wat een mens moet doen, want de stem van zijn verlangens en begeerten kan hem ook andere aanwijzingen geven in de behoeften van een bepaalde situatie.

vorm 

Een filosofische term die vaak voorkomt. Het verwijst naar een organisch receptakel of opnamevat, of een functioneel vergaarbekken waarin de substanties die de vorm uitmaken niet verwijzen naar een model of gestalte maar naar een orde, opstelling of rangschikking en onderlinge relatie van delen die iets competent maken en voorbereiden voor zijn nut. Dus vorm is hetzelfde als functie of nut.

vrije keuze

In de tuin van Eden waren twee bomen gesteld, de ene die des levens, de andere die der kennis van goed en kwaad; de betekenis hiervan is dat de mens de vrije keuze in geestelijke dingen is gegeven. Onder de tuin wordt het inzicht verstaan, onder de boom de mens, de boom des levens is de Heer in de mens en de mens in de Heer, de boom van kennis van goed en kwaad is de mens die alles toeschrijft aan het eigen vernuft en ook het goede als uit zichzelf meent te doen. De mens wordt zolang hij in de wereld is, in het midden tussen hemel en hel gehouden en is daar in geestelijk evenwicht, wat de vrije keuze is. Zonder de vrije keuze in geestelijke dingen zou er niets van de mens zijn, waardoor hij zich vanuit zijn kant met de Heer zou kunnen verbinden; vandaar zou er geen toerekening zijn, maar voorbeschikking, wat schandelijk is. Zonder de vrije keuze in geestelijke dingen immers, zou God de oorzaak van het boze zijn en zou er dus geen toerekening zijn en de mens zou dus niet verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor zijn boze daden.

vrijheid

Er is een hemelse vrijheid en een helse. Vrijheid is denken en willen vanuit de aandoening of neiging en daaruit te handelen in vrijheid volgens hetgeen de reden schijnt te zijn. Als deze redenen hemels zijn, dan is de vrijheid hemels en dus werkelijk en dus de eigenlijke vrijheid. Als de redenen hels zijn, dan is het een helse vrijheid die alleen schijnbaar is en in wezen geen vrijheid is. Het verschil is dat de mens in de werkelijke vrijheid zacht geleid wordt door de Heer volgens zijn aandoeningen; in de helse vorm van vrijheid wordt hij door helse geesten ruw gedreven volgens zijn begeerten. De vrijheid die noodzakelijk is voor wedergeboorte is geestelijk, dus een vrijheid van de wil en het verstand; de vrijheid om kwaad te doen en vals te spreken is aan banden gelegd. Vrijheid gaat hand in hand met redelijkheid, daarom kan het niet bestaan bij de mens die de leeftijd nog niet heeft bereikt waarop de redelijkheid zich gaat ontwikkelen.


W   

waarheid, het Ware

Kennis en waarheid zijn niet synoniem. Het ware is gedefinieerd als de vorm van het goede en als dat wat het goede aanduidt en kwaliteit geeft. We kunnen er over denken als over macht en wet. Alle dingen die in beide werelden gedaan worden, worden gedaan door de macht van de waarheid.

het ware van het goede

Wat het ware van het goede is en hoe het ware, 'het goede van het ware' wordt, kan voor eenieder duidelijk zijn die daarop let; al het Goddelijk Ware schouwt deze twee geboden: namelijk God lief te hebben boven alle dingen en de naaste zoals zichzelf. Het zijn die geboden waaruit de ware dingen zijn en ter wille waarvan de ware dingen zijn en waarop de ware dingen van dichterbij en van verderaf gericht zijn; daarom worden de ware dingen, wanneer ze in de daad worden gebracht, geleidelijk in hun beginsel en einddoel ingeboezemd, namelijk in de naastenliefde jegens de naaste en in de liefde tot de Heer en vandaar wordt het ware het goede, en dit wordt het goede van het ware genoemd.

wederverwekking, wedergeboorte

In een bredere betekenis verwijst deze term naar het volledige proces van de nieuwe geboorte van de mens, maar in meer beperkte zin is het een proces dat volgt op de hervorming van de mens. Het is dus de tweede staat van de mens als hij van natuurlijk geestelijk wordt, de eerste staat is de hervorming. Daarvan onderscheiden, behoort wederverwekking tot de wil en is een staat van liefde, die gevormd is door het goede van de naastenliefde en waarin de mens geestelijk-natuurlijk wordt. In deze staat heeft de mens een verstandelijk begrip van de waarheid van het goede, en is in een staat van aandoening waarin het goede de overhand heeft. Hij komt hierin als hij aanvangt het kwaad te schuwen en de goede dingen te doen, en het proces bestaat uit het grondvesten van een nieuwe wil in een hervormd begrip. Deze wil, die van een volledig andere, nieuwe structuur is, bestaat uit de goede dingen, die de Heer in het gemoed van ieder mens heeft bewaard vanaf zijn prille jeugd - de overblijfselen - en die dan worden toegevoegd aan het natuurlijke van hem.

wereld der geesten (zie geestenwereld en ook geestelijke wereld) .

wet

De natuur van de goddelijke wet kan het best worden begrepen als we denken aan de uitbeelding ervan in de wetten van de aërodynamica, fysica of chemie. Zoals bekend is een natuurkundige wet niet de beschrijving zoals die in het leerboek staat, maar de orde of relatie van fenomenen die genoteerd en beschreven zijn in die verklaring. Goddelijke wetten zijn niet te wijzigen en niet te breken werkingen van de goddelijke orde, en de openbaring ervan in het Woord is niet de wet zelf maar de uiteenzetting van de wet. Dus als we zeggen dat iets gedaan moet worden omdat het een wet is van de goddelijke voorzienigheid, beschrijft de lering niet alleen de manier of houding, maar het beschrijft een niet te wijzigen orde waarmee de mens dient samen te werken als hij het einddoel wil bereiken. Er zijn geen wetten der natuur, er zijn alleen goddelijke wetten in de natuur.

wetenschappen

Wetenschappen zijn de feiten van het Woord, van de natuur en van ervaringen, nog niet georganiseerd in ideeën. Dus zijn het slechts vaten die geschikt zijn om waarheden of tegengestelde zaken, valsheden te ontvangen. Zonder deze kunnen we ons geen ideeën vormen en zodoende ook geen intelligentie noch wijsheid.

wijsheid

Wijsheid wordt alleen toegeschreven aan het leven. Wijsheid bestaat uit waarnemen, willen en doen de waarheden van de liefde en het houdt een verlangen in voor het goede in het ware. Het wordt daarom duidelijk onderscheiden van kennis en intelligentie, hoewel die kunnen leiden tot wijsheid en er noodzakelijk voor zijn.

wil

Zoals het verstand, is de wil een receptakel, een ontvangend vat en een orgaan dat reactie geeft. Deze beide vermogens vormen het menselijk gemoed. De wil is de individuele ontvangst van, en de reactie op, de invloeiende liefde van de Heer, die de heersende liefde maakt en dus de mens zelf is. De aangeboren wil kan niet worden gered; de nieuwe wil wordt geschapen in het hervormd begrip door de afdaling erin van het goede en ware en de daarbij behorende staten van het gemoed, die vanaf de geboorte af aan – de overblijfselen - door de Heer voor dat doel waren opgeborgen.

wonderen

Het is een misverstand om te denken dat een wonder kan bijdragen tot een van harte erkennen van geloofswaarheden. Dat wonderen heden ten dage niet meer gebeuren zoals vroeger, komt omdat wonderen dwingen en de vrije keuze van de mens in geestelijke dingen zouden wegnemen. De mens zou daardoor van een geestelijk mens tot een natuurlijk mens worden en vanuit die situatie zou hij redeneren over een wonder. Het hangt van de vrije keuze van de mens af in geestelijke dingen of dit tot zijn zegening leidt of niet. Vóór de komst van de Heer waren de mensen van de toenmalige kerk, natuurlijk; geestelijke dingen die tot de innerlijke kerk behoren konden voor hen niet geopend worden, ze zouden ze ontwijd hebben. Daarom bestond ook hun eredienst in rituele dingen. Ze konden zelfs nauwelijks door wonderen van ontwijding worden afgehouden, want nadat ze zoveel wonderen hadden gezien, dansten ze nog om het gouden kalf en riepen uit dat dit kalf hen uit Egypte had geleid.

het Woord - zie ook: de Heilige Schrift

Vóór het Woord dat door Mozes en de profeten aan de Israëlitische Natie gegeven werd, was er bij de Ouden een Woord, voornamelijk in Azië. De historische gedeelten van dat Woord werden ‘de Oorlogen van Jehovah’ genoemd, en de profetische gedeelten ‘de Uitspraken’ (Numeri 21:14, 15, 21, 27-30; 23:7,18; 24: 3, 15). De vertaling ‘samenstellers van spreek-woorden’ is onjuist, dit moet zijn ‘vervaardigers van uitspraken’ of ‘profetische uitspraken’. Meshalim kan spreekwoorden en uitspraken betekenen, maar Mozes heeft aan dit Woord geen spreekwoorden ontleend maar profetieën. Er is nog een ander profetisch boek, het boek Jaschar of het boek des Gerechten (II Samuel 1:17, 18; Joshua 10: 12,13). Indien het Woord er niet was, zou niemand iets weten van God, de hemel en de hel en van het leven na de dood, en nog minder van de Heer. Door het Woord is er ook licht voor hen die buiten de Kerk zijn en het Woord niet hebben.

 


Z    

zelf (zoals van of uit zichzelf)

Dit verwijst naar het vermogen van willen en handelen dat niet in de mens is ingeplant maar voortdurend aan hem wordt toegevoegd. Het is goddelijk van oorsprong, inspiratie en kracht, maar menselijk in het nut. De uitoefening van dit vermogen bestaat uit het handelen volledig zoals uit zichzelf, maar daarbij erkennen dat al het goede en ware dat hieruit voortkomt, van de Heer is.Dit vermogen is aan de mens gegeven opdat hij geen automaat is, maar vrijheid kan hebben en dus God kan liefhebben. De onthulling van het bestaan ervan toont hoe de mens verantwoordelijk is voor zijn wedergeboorte, ofschoon hij niets goeds vanuit zichzelf kan doen.

ziel

Een begrip met verschillende betekenissen. De ziel is de innerlijke mens. De ziel is identiek met de geest van de mens die na de lichamelijke dood leeft, en is daarom de liefde van de wil en het verstand, dat is de mens zelf. De ziel is alleen maar de mens zelf die in het lichaam leeft en door het lichaam in de wereld handelt en het lichaam laat leven. De mens, eenmaal gescheiden van het lichaam, wordt een geest genoemd, het is dus de ziel van de mens die na de dood verder leeft. De ziel vormt zichzelf in een menselijk gemoed, dat niet alleen passief leven ontvangt, maar uit vrije wil handelt. De Heer giet het leven voortdurend in de ziel, of het gemoed zich nu tegen Hem keert of niet. De ziel is overal in het lichaam aanwezig en vormt het lichaam. Ook een dier heeft een ziel, maar die heeft alleen natuurlijke aandoeningen. Een dier is dus niet eeuwig, noch verantwoordelijk voor zijn daden, omdat het geen vrije wil heeft.

zijn, bestaan en wezen

Het ZIJN is de eeuwige kern, het Leven Zelf, BESTAAN is de manifestatie of de verschijning van het ZIJN, en het WEZEN is dat waarin het echte karakter zichtbaar wordt, de kenmerkende eigenschappen die maken wat het is. Men kan van deze individuele eigenschappen zeggen dat ze wezenlijk zijn. Zo is het Goddelijke ZIJN de Goddelijke Liefde, het Goddelijke BESTAAN is de Goddelijke Wijsheid, en het Goddelijk WEZEN is de Goddelijke Liefde en Wijsheid samen en is gevormd uit het ZIJN en het BESTAAN. Men kan ook over de Goddelijke Liefde en Wijsheid spreken, gescheiden, als de wezenlijke kenmerken van het Goddelijke. ZIJN is dus universeler dan BESTAAN. BESTAAN dient niet verward te worden met Existeren, dit begrip verwijst naar zaken waarbij het WEZEN naar voren komt.

zinnelijk, zintuiglijk

Zinnelijk tegenover geestelijk. Een leven volgens de indrukken die de zintuigen geven en in die zin een materialistische levenswijze. Uit zintuiglijke waarheden volgen wetenschappelijkheden, het zijn dus de natuurlijke waarheden en de eerste waarheden die een mens als kind verwerkt. Het is het laagste van de drie vlakken die de natuurlijke graad van het gemoed samenstellen en het is het onbewuste leven dat de zintuigen van het lichaam activeert en dat verdwijnt als de mens sterft. De mens die alleen de zintuigen volledig vertrouwt is blind in geestelijke dingen, hij moet daar bovenuit worden getild om innerlijk het ware en het goede te ervaren. De zinnelijke mens debatteert graag en kundig, omdat hun denken dicht ligt bij hun spraak en er vrijwel in ligt en ze vooral hun intelligentie plaatsen in de spraak alleen vanuit het geheugen. Zinnelijk wordt verder ook vaak gebruikt in de zin van wellustig.

zonde, zondigheid

In het Woord worden boosheden soms zonden genoemd, een ander maal ongerechtigheden en ook overtredingen. Deze verschillen worden alleen duidelijk vanuit de innerlijke zin: overtredingen wordt gezegd van daden die tegen de waarheden van het geloof zijn; ongerechtigheden wordt gezegd van daden die tegen het goede van het geloof zijn; en het woord zonde wordt gebruikt voor daden die tegen het goede van de naastenliefde en de liefde zijn. De eerste twee soorten ontspringen aan een verdraaid of verdorven begrip, de laatste soort komt voort uit een slechte en boze wil.

Zoon des mensen

Met Zoon des mensen wordt Zijn menselijke bedoeld, dat verheerlijkt zou worden. De Heer noemde Zich de Zoon des Mensen omdat Hij het Woord was of het goddelijk Ware, ook ten aanzien van het Menselijke. De Zoon des Mensen in de geestelijke zin betekent dus het Ware van de Kerk vanuit het Woord.

Zoon Gods

De Zoon Gods wordt genoemd, het Menselijke, ontvangen uit Jehova God, de Vader, die in de wereld is gezonden, dus in de tijd is geboren. Jehova God zond Zichzelf in de wereld door het Menselijke aan te nemen. Dit menselijke wordt genoemd Zoon Gods en Zoon des Mensen; Zoon Gods uit het Goddelijk Ware en Goddelijk Goede in Hem, dat het Woord is, en Zoon des Mensen uit het Goddelijk Ware en Goede vanuit Hem, dat de Leer van de Kerk is door het Woord daaruit.

Lezers worden van harte uitgenodigd aanvullingen of commentaren te zenden aan email info@swedenborg.nl

Nederlandse tekst door Henk Weevers. Digitale uitgave - Swedenborg Boekhuis 2005.

download hier de tekst & printerdocument

Laatst bewerkt op 23 april 2016.